Overheid en politiek blijven volgens commissie te afzijdig bij discriminatie
In dit artikel:
De Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme concludeert in haar eindrapport Discriminatie doorbreken dat overheid en politiek onvoldoende optreden tegen ingesleten vormen van discriminatie in Nederland. Hoewel zichtbare en expliciete discriminatie de afgelopen jaren beter is aangepakt, blijven subtiele en structurele vormen verweven in wetten, regels, systemen en werkwijzen van beleid en publieke dienstverlening.
De commissie wijst drie hoofdoorzaken aan: overheidsorganisaties vormen nog geen representatieve afspiegeling van de bevolking, beleid blijft te vaak reactief (gericht op incidenten) in plaats van structureel preventief, en politici tonen terughoudendheid bij het benoemen of erkennen van discriminatie. Daarom pleit zij voor een fundamentele koerswijziging: de overheid moet niet alleen stoppen met discrimineren, maar actief ongelijkheid bestrijden en gelijkwaardigheid bevorderen.
Er worden tien aanbevelingen gedaan, onder meer om de publieke sector diverser te maken, te stoppen met etnisch profileren, discriminatiewetgeving te versterken en verplicht discriminatietests in te voeren voor alle overheidsorganisaties. Voorzitter Sylvester benadrukt dat uitvoering politieke moed, leiderschap en bestuurlijke inzet vergt. De commissie, ingesteld door de Tweede Kamer in 2022, onderzocht specifiek hoe discriminatie en etnisch profileren binnen de Nederlandse overheid plaatsvinden. Minister Pieter Heerma liet drie weken geleden weten dat de discriminatietoets voorlopig niet verplicht wordt gesteld; de toets is wel beschikbaar voor organisaties.