Overgeleverd aan de weergoden en Trump

donderdag, 19 februari 2026 (11:32) - De Andere Krant

In dit artikel:

Een zware koudegolf in januari 2026 legde de kwetsbaarheid van de Europese gasvoorziening bloot: door sterk verhoogd verbruik liepen ondergrondse gasvoorraden snel terug, en op 8 februari waren Europese opslaglocaties nog voor gemiddeld 36,7 procent gevuld. Nederland noteerde die dag zelfs een van de laagste niveaus in Europa, onder de 20 procent (na Kroatië). Energie-expert Martien Visser (emeritus lector Hanzehogeschool Groningen en adviseur van Gasunie) waarschuwt dat dit niet zozeer een acute crisis is, maar duidelijk maakt hoe afhankelijk Europa is geworden van geïmporteerd LNG en Noors pijpleidinggas sinds de sluiting van het Groningenveld. Visser: “De situatie is kwetsbaar.”

Wat is er gebeurd
- Winterkoude in januari verhoogde zowel verwarmings- als elektriciteitsvraag, waardoor buffers in lege gasvelden, zoutcavernes en aquifers snel slonken. Europese landen vullen die opslag normaal in de zomer tot minimaal 90% volgens EU-regelgeving (voor 1 november), maar de recente vraag drukt de vullingsgraad flink omlaag.
- Ondanks de lage voorraden is er nog geen grootschalige uitval van verwarming of gasrantsoenering geweest; politici spreken van strikte waakzaamheid en monitoring.

Waarom Nederland en Europa nu kwetsbaar zijn
- De politieke keuze om het Groningenveld in 2023 te sluiten maakte een einde aan goedkope, binnenlandse productie en aan de Nederlandse energie‑soevereiniteit. Nederland veranderde van exporteur in importeur en is afhankelijk van internationale markten en politieke ontwikkelingen.
- Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 schakelde Europa snel naar LNG-importen. In januari 2026 kwam ongeveer 60% van het Europese LNG uit de VS — goed voor circa een kwart van alle EU-gasimporten die maand — en dat aandeel kan volgens marktgegevens in 2026 verder stijgen naar ~65%. De IEA verwacht dat Europa dit jaar een recordhoeveelheid LNG (~185 miljard m3) zal nodig hebben om Russische volumes te vervangen; ter vergelijking gebruikt Nederland ongeveer 30 miljard m3 per jaar.
- Deze verschuiving betekent handelsmarktgevoeligheid: leveringen gaan via tankers, contracten zijn vaker marktgebaseerd en prijzen zijn prijsgevoelig en volatiliteit-gevoelig. Visser wijst ook op technische en geopolitieke risico’s (storingen in productieregio’s zoals Texas, mogelijk gebruik van export als drukmiddel, of sabotage).

Regionale voorbeelden en toekomstrisico’s
- Duitsland illustreert de valkuil: met sluitingen van kern- en kolencentrales en minder Russisch gas is het sterk importafhankelijk geworden; opslag stond begin februari rond 30–32% (soms lager regionaal). Dat dient als waarschuwing voor Nederland, dat ook kolencentrales in 2030 moet sluiten en daardoor de afhankelijkheid van gas verder kan toenemen.
- Mijnraad (adviseur van het ministerie) signaleerde vergelijkbare risico’s in een rapport van juni 2025: onvoorspelbaar buitenlands beleid en technische kwetsbaarheden kunnen de leveringszekerheid onder druk zetten.

Beleidsconsequenties en noodmaatregelen
- Visser bekritiseert dat het politieke besluit om Groningen te sluiten niet gepaard ging met voldoende analyseren van geopolitieke gevolgen of alternatieve strategieën; een overheids‑‘position paper’ over gasbeleid wordt in juni verwacht.
- Nederland heeft een Bescherm‑ en Herstelplan Gas (2023) met escalatieniveaus: bij ernstige tekorten kunnen industrieën gedwongen worden het gasverbruik te verminderen, terwijl huishoudens, ziekenhuizen en vitale diensten prioriteit behouden. Een nieuwe koudeperiode tot in maart zou de prijzen snel opdrijven en regionale tekorten mogelijk maken.

Kortom: Europese gasvoorraden staan laag door winterse vraagpiek en de structurele verschuiving van binnenlandse productie naar geïmporteerd LNG. Dat vermindert leveringssoevereiniteit, verhoogt prijs‑ en leveringsrisico’s en legt een beleidskeuze bloot waarvan de gevolgen nu zichtbaar worden. Mogelijke reacties omvatten het versterken van nationale regie, vergroten van opslagcapaciteit, diversificatie van energiebronnen en versnellen van de elektrificatie en hernieuwbare opwekking om toekomstige kwetsbaarheid te verkleinen.