Over wolven, leeuwen en... bloedzuigers

zaterdag, 31 januari 2026 (09:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Ik heb zelf drie keer een wolf gezien, steeds na tochten diep het Kroondomein in — indrukwekkend en spannend, maar ook een herinnering aan de noodzaak van bescherming van vee. Die persoonlijke ervaring gebruikt de auteur als insteek voor lessen uit Afrika, gebaseerd op James Clarke’s boek Save Me From the Lion’s Mouth over mens-dierconflicten daar.

Clarke beschrijft hoe wilde dieren in delen van Afrika jaarlijks duizenden mensen doden en miljoenen mensen voortdurend onder stress leven vanwege hun kwetsbaarheid tegenover groot wild. Een schokkend patroon dat hij signaleert is het bestaan van mensenetende leeuwen: in sommige gebieden is een voorkeur voor menselijk prooivlees ontstaan doordat eeuwen geleden verlaten slaven als makkelijke prooien dienden, en die voorkeur generaties lang doorgegeven werd. Verder leeft ongeveer 80 procent van het wild buiten beschermde parken en concurreert het met lokale gemeenschappen om ruimte en voedsel — iets wat parkbeheertradities vaak negeren.

De oplossing die Clarke voorstelt is praktisch en sociaal: betrek omwonenden bij het beheer, laat ze meedelen in toeristische opbrengsten, geef ze een rol in gereguleerde jacht, compenseer schade en vergoed zelfs kosten van begrafenissen na dodelijke incidenten. Daarmee kan een schadelijk roofdier van kostenpost naar inkomstenbron worden omgebogen — een idee dat mogelijk ook toepasbaar is op de Nederlandse wolf: snelle bescherming van schapen en slimme betrokkenheid van lokale belanghebbenden kunnen conflictsituaties beperken.

Tot slot een persoonlijke noot: mijn eerdere ervaring met roofdieren was minder romantisch — een wandeling in een Vietnamees tijgerreservaat eindigde bloedig door tientallen bloedzuigers, tijger niet inbegrepen — wat aantoont dat dichtbijwild zowel betoverend als gevaarlijk kan zijn.