Over Goede Vrijdag en een arrestatie in Peking
In dit artikel:
Tijdens een rondreis door het communistische China herleeft bij de schrijver elk jaar rond Goede Vrijdag een levendige herinnering aan een arrestatie in Peking. Hij bezocht ongeregistreerde huisgemeenten en was te gast bij de Shouwanggemeente, een ondergrondse kerk die haar diensten hoog in een flatgebouw hield. Op de betreffende zondag was het gebouw met planken dichtgespijkerd — naar zeggen door de overheid, die de snel groeiende gemeente wilde tegenhouden. „We komen nu samen in een park, ergens in Peking”, zei een gemeentelid; de kerkleiders zouden ernaartoe brengen. Op het plein stonden echter arrestatiebusjes en tientallen agenten. Zodra de dienst begon werden mensen opgepakt; een van de leiders werd door de schrijver direct zien weggevoerd.
Die scène wekte bij hem sterke Bijbelse associaties: hij voelde zich als toeschouwer Petrus, zag zichzelf glurend achter een boom en stond plotseling dicht bij een politieagent. Toen zijn begeleider hem sommeerde te wachten — „Wacht jij maar hier” — zag hij even later hoe diezelfde begeleider werd meegenomen. De ervaring levert elk jaar een indringend déjà-vugevoel op bij het lezen van het lijdensevangelie, omdat de situatie doet denken aan de vervolging van Jezus en de waarschuwingen dat volgelingen hetzelfde lot kunnen ondergaan. Als context merkt de schrijver op dat ongeregistreerde kerken in China regelmatig door de autoriteiten worden beperkt.