Over Ahmed al-Ahmed (Bondi Beach) en al die andere helden: wat bewoog ze tot hun heldendaad?
In dit artikel:
Bij de gewelddadige aanval op Bondi Beach trad de 43‑jarige Australiër Ahmed al‑Ahmed binnen enkele seconden op: hij rende naar de dader, greep hem bij de keel en wist het wapen te bemachtigen. Calamiteitenpsycholoog Erica Kinkel noemt zo’n directe ingrijpen uitzonderlijk: de meeste omstanders vluchten of bevriezen. Volgens haar zijn acties als die van al‑Ahmed meestal reflexmatig: adrenaline en instinct bepalen in die momenten het gedrag, niet een weloverwogen beslissing.
De Bondi‑zaak valt samen met een recente Australische voorlichtingscampagne ("escape, hide, tell") die burgers aanraadt te vluchten, zich te verstoppen en hulp te melden — een advies dat verschilt van het Amerikaanse motto "run, hide, fight". Kinkel legt uit dat die verschillen deels te maken hebben met het veel grotere aantal vuurwapengebruik en de wijdverbreide wapenbezit in de VS, waardoor terugvechten daar vaker realistisch is. Maar ongeacht richtlijnen blijft het onvoorspelbaar wie in actie komt: de 10‑80‑10‑regel illustreert dat grofweg een kleine groep vecht, de meerderheid vlucht en een deel bevriest.
Meerdere voorbeelden tonen zowel impulsiviteit als variatie in reacties. Op beelden van de Tefaf‑overval (2022) probeerde een toeschouwer een vaas te gooien maar legde die terug toen een wapen op hem werd gericht; een oudere man zat roerloos op een bankje terwijl vernielingen plaatsvonden. Een Malinese migrant handelde ook zonder nadenken toen hij in 2022 een jongetje redde dat aan een balkon hing; het besef van gevaar kwam pas later. Tegelijk zijn veel van de bekende 'helden' mensen met een achtergrond in militaire of hulpdiensten, wat helpt koel te blijven — denk aan Spencer Stone en andere Thalys‑ingrijpers (2015) of een Britse toerist met militaire training die een aanval op de Dam in Nederland wist te stoppen (maart dit jaar).
De media spelen een grote rol in het uitvergroten van zulke heldendaden. Volgens Kinkel zoeken mensen na gruwelijke incidenten naar lichtpunten; heldenverhalen bieden hoop en een toetssteen om zichzelf af te vragen wat ze zelf zouden doen. Dat verklaart waarom sommige ingrepen breed worden uitgemeten, terwijl tal van minder zichtbare daden — mensen die anderen wegslotsten, gewonden verzorgden of paniek beheersten — nauwelijks in de schijnwerpers komen.
Groepsdynamiek kan emoties opjagen: beelden van Bondi Beach laten zien dat omstanders na schietpartijen massaal op de daders afstormen en één man de terrorist zelfs schopte voordat de politie ingreep. Collectieve woede en saamhorigheid verminderen vaak individuele terughoudendheid. De samenleving beloonde bekende ingrijpers ook: de Malinese redder kreeg verblijfsvergunning, Thalys‑helpers kregen een verfilming en Ahmed al‑Ahmed krijgt veel steun via inzamelingen.
Kortom, heroïsche ingrepen bij terreur of geweld zijn zeldzaam en vaak instinctief. Achter de oogverblindende verhalen schuilen uiteenlopende reacties — van bevriezing tot zelfopofferend ingrijpen — en een mix van individuele aanleg, training en groepsdruk bepaalt wie opstaat en wie wegloopt.