„Ouders, opvoeders moeten een warm kloppend hart voor kinderen en jongeren hebben"

vrijdag, 8 mei 2026 (10:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

M.R. Braal-Prins, coördinator preventie en toerusting bij Stichting De Vluchtheuvel, schrijft in De Saambinder (orgaan van de Gereformeerde Gemeenten) een reflectie rond de start van De Week van het Gezin die deze zaterdag begint. Haar stuk vertrekt van een eenvoudige afbeelding op een bosroute — een oproep om jonge dieren te beschermen — en gebruikt dat beeld om te betogen dat opvoeden ook om wederzijdse zorg en samenwerking vraagt.

Braal-Prins benadrukt dat een kind geen project is maar een Godsgeschenk en dat het gezin, ondanks zijn gebreken, de beste omgeving blijft om op te groeien. Ze bouwt haar betoog op aan de hand van vijf beelden van dr. W. ter Horst: ouder als schatbewaarder (fysieke en psychische veiligheid geven en de eigenheid van het kind respecteren), als tuinier (zorg, aandacht en contact met de schepping bevorderen), als herder (hartverwarmende zorg en geestelijke voeding aanbieden), als gids (leiding geven, kaders stellen en tijd maken om met kinderen mee te denken) en als priester (voorbeeld in Bijbellezen, bidden en opofferende liefde).

Praktisch vraagt dit dat ouders prioriteit geven aan tijd met hun kinderen, hun levenswijsheid op een aansluitende manier doorgeven en ook grenzen durven stellen uit liefde. Opvoeden vereist voortdurend gebed én samenwerking: familie, buurt, school en kerk spelen een rol. In een sterk geïndividualiseerde samenleving is dat een uitdaging; juist daarom is een gezond sociaal netwerk, met grootouders en kerkgemeente die verantwoordelijkheid nemen (bijvoorbeeld na de doop), van groot belang.

De kern van het betoog is dat opvoeden een gezamenlijke, verantwoordelijke taak is die aandacht, verbondenheid en inzet vergt — niet alleen van ouders, maar van de hele gemeenschap rondom het kind.