Ouders beschermen hun kroost tegen verslavende telefoon. Psycholoog Kirsten Bilderbeek (38): 'Hartverscheurend dat ze allemaal naar dat schermpje turen'

vrijdag, 5 juni 2026 (15:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Smartphonevrij Opgroeien pleit ervoor dat kinderen pas op hun 14e een smartphone krijgen en pas vanaf hun 16e sociale media mogen gebruiken. De beweging — opgericht door ouders waaronder Merel Uildriks — organiseert voorlichtingsavonden, zoals eentje maandagavond in het Forum in Groningen waar onder anderen psycholoog en moeder Kirsten Bilderbeek sprak over de impact van schermen op jeugd.

Bilderbeek schetst met een persoonlijk beeld hoe jonge tieners elkaar op vakantie niet meer ontmoeten, maar op hun telefoon zitten; dat beeld illustreert voor haar de verontrustende verschuiving. Als psychologe signaleert ze bij ouders toenemende vragen over het mediagebruik van kinderen. Ze wijst op de ontwerpstrategie van platforms als TikTok, Snapchat en Instagram die bedoeld is om gebruikers zo lang mogelijk vast te houden, iets waar een nog ontwikkelend puberbrein kwetsbaar voor is. Daarnaast waarschuwt ze voor schadelijke content: van dieet- en zelfbeschadigingstrends tot groepen die extreem gedrag normaliseren, waar jongeren makkelijk in verstrikt raken.

De beweging heeft in twee jaar tijd aanhang gekregen van ouders van ongeveer 73.000 kinderen en maakt deel uit van een internationale ontwikkeling met naar schatting 35 soortgelijke ouderinitiatieven. Praktische maatregelen die veel gezinnen nemen zijn het terugbrengen van communicatie naar een vast huistelefoon, het geven van een eenvoudige Nokia voor bellen en sms’en in groep 7/8, of helemaal geen telefoon in de jongere jaren. Uildriks noemt het uitstellen van de smartphone als middel om groepsdruk te kunnen weerstaan: als meerdere ouders dezelfde lijn volgen, verandert de norm binnen een klas.

Scholen zien volgens de initiatiefnemers vaak ook de negatieve effecten: verminderde concentratie, teruglopend lees- en schrijfvaardigheid en versterkte pesterijen via digitale kanalen. Daarom omarmen sommige schoolleiders de beweging en werken mee aan het creëren van kaders. Tegelijkertijd blijft de betrokkenheid van ouders in kwetsbare wijken achter; Uildriks en anderen pleiten daarom voor beleidsmatige steun, waarbij zij wijzen op voorbeelden zoals president Macron die pleit voor een minimumleeftijd voor sociale media.

Jeugdhulpverlener Nynke Breuker, die met 14–18-jarigen werkt, bevestigt dat veel jongeren al op zeer jonge leeftijd een telefoon hebben—soms al vanaf negen—om veiligheidsredenen of uit gemakzucht van ouders. Ze ziet dat jongeren steun en informatie op sociale media zoeken, maar tegelijk verlies van echte sociale contacten en afstand tot hulpverleners.

Tieners zelf relativeren het beeld deels: drie 17-jarigen uit Groningen geven aan gemiddeld ongeveer vier uur per dag aan hun telefoon kwijt te zijn, vooral voor muziek, YouTube en berichten. Zij vinden dat scholen meer voorlichting moeten geven over kritisch mediagebruik en dat gezinnen begeleiding en grenzen moeten bieden.

De forumavond in Groningen belooft presentaties van deskundigen, verhalen van pubers en ouders en praktische tips; toegang is gratis voor Stadjerspashouders. De kernboodschap van Smartphonevrij Opgroeien blijft: uitstel van smartphones en sociale media kan het mentale welzijn van jongeren beschermen en ruimte scheppen voor andere vormen van ontwikkeling.