Ouderkoppels van gelijk geslacht
In dit artikel:
Onderzoek op basis van Nederlandse registergegevens brengt ouderparen van gelijk geslacht met thuiswonende kinderen in kaart en vergelijkt ze met vader‑moedergezinnen. Belangrijkste bevindingen: ruim 90 procent betreft twee-moederkoppels, ongeveer 10 procent twee‑vaderkoppels; het aantal steeg van circa 1.300 in 1995 naar 9.800 in 2024. Gelijkgeslachtelijke koppels hebben gemiddeld minder kinderen en vertonen vaker een groter leeftijdsverschil tussen partners dan heterostellen. Regionaal wonen zij relatief weinig in Zeeland en Fryslân. Op sociaaleconomisch vlak scoren twee‑moederparen vaker hoog op opleidingsniveau (hbo/wo), maar hebben zij juist relatief lagere huishoudinkomens; bij twee‑vaderparen wordt dit patroon niet waargenomen. De studie gebruikt registers om verspreiding, samenstelling en positie in de samenleving systematisch zichtbaar te maken; verschillen kunnen samenhangen met gezinsvormkeuze, arbeidsdeelname en routes naar ouderschap.