Ouderen betalen AOW-ingreep. 'Gepensioneerde dreigt tot 15 procent aan inkomen te verliezen'

zaterdag, 10 januari 2026 (17:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Topambtenaren en verschillende economen waarschuwen dat de financiering van de AOW op termijn onder druk komt te staan en adviseren de formerende partijen in Den Haag te overwegen gepensioneerden ook AOW‑premie te laten betalen. Het advies staat in het rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte dat deze zomer verscheen en wordt ingegeven door demografische trends: meer AOW‑gerechtigden en minder werkenden per gepensioneerde schuren aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

Hoe werkt het nu en wat is er veranderd?
Traditioneel wordt de AOW gefinancierd via een omslagstelsel: werkenden betalen premies waarmee de huidige AOW‑ers worden uitbetaald. Gepensioneerden zijn van premielast vrijgesteld en de premie is gemaximeerd op 17,9 procent. Door stijgende kosten en politieke keuzes is een deel van de AOW‑uitgaven de afgelopen jaren uit algemene belastingen gefinancierd — een proces dat men fiscalisering noemt. 2024 was het eerste jaar waarin meer dan de helft van de AOW uit algemene middelen kwam; feitelijk betalen veel gepensioneerden daarmee al indirect mee via belastingen.

Het politieke speelveld
Tijdens de verkiezingscampagne hielden VVD, D66 en CDA — de partijen die nu aan een regeerakkoord werken — zich terughoudend over harde maatregelen, vooral omdat bezorgheid over bezuinigingen op de zorg electorale risico’s met zich meebrengt. In partijprogramma’s werden wel opties genoemd zoals het verhogen van de AOW‑leeftijd (VVD) of het beperken van de koppeling tussen AOW en het minimumloon (D66), maar achter gesloten deuren blijft onduidelijk welke ingrepen de formatie zal opleveren.

De cijfers en het debat
Volgens het Centraal Planbureau beslaat de AOW momenteel ongeveer 4,7 procent van het bbp; dat loopt op naar circa 5,7 procent in 2040 en vlakt daarna iets af. De zorgkosten stijgen sterker: volgens schattingen kunnen verpleging, verzorging en het basispakket gezamenlijk tot ruim 7 procent van het bbp in 2060 oplopen. Sommige economen — zoals Flip de Kam en Marike Knoef — vinden dat zowel zorg als AOW hervormd moeten worden en zien het eerlijker maken van de AOW‑bijdrage voor welgestelden als optie. Anderen, onder wie oud‑ABN‑Amro‑hoofd econoom Han de Jong, relativeren de nood: de AOW‑uitgaven schommelen decennialang rond 4–5 procent bbp en een stijging naar 5,7 procent is volgens hem geen reden voor paniek; hij wijst ook op sterke groei van andere overheidsuitgaven, zoals apparaatskosten.

Politieke en sociale gevoeligheid
Het voorstel dat gepensioneerden AOW‑premie gaan betalen, raakt gevoelig: het wordt gezien als een generatieconflict. Hoogleraar Mark Heemskerk wijst erop dat veel ouderen emotioneel reageren omdat ze denken dat zij hun leven lang al voor deze uitkering hebben bijgedragen. Een inkomensafhankelijke AOW wordt ook genoemd — zodat zeer rijken minder of geen AOW zouden ontvangen — maar dat zou het hele solidariteitskarakter van de volksverzekering ondermijnen en het systeem complexer maken.

Gevolgen voor koopkracht
Economische berekeningen tonen uiteenlopende effecten. De Kam rekende uit dat mensen met aanvullende inkomsten bij hun AOW onder een premieverplichting tot ruim veertien procent inkomensverlies zouden kunnen lijden; tegelijk zouden mensen die alleen AOW ontvangen er netto op vooruit kunnen gaan door aanpassing van de uitkering en belastingkortingen. Dit verschaft politieke dilemmas: wie betaalt, wie profiteert en hoe verdeel je de last eerlijk?

Slotbeeld
De discussie draait niet alleen om cijfers maar ook om politieke haalbaarheid. De AOW is minder groot dan de zorg in termen van bbp‑kosten, maar beide sectoren vragen aandacht. Hervormingen zullen waarschijnlijk geleidelijk moeten plaatsvinden om scherpe koopkrachtklappen te voorkomen. Uiteindelijk moet de formatie kiezen tussen vooral zorgbesparingen, aanpassingen in de AOW‑financiering, of een mix van maatregelen — elk met stevige politieke en sociale consequenties.