Oudere werknemers zien pensionering als een sprong in het diepe
In dit artikel:
Met pensioen gaan blijkt voor veel mensen een onzekere overgang. Uit een enquête van ouderenvereniging ANBO-PCOB onder ruim 6500 mensen blijkt dat minder dan een derde van de 55- tot 66-jarigen vindt goed voorbereid te zijn op het pensioen. Van de 67-plussers die al met pensioen zijn, zegt achteraf 43 procent dat de voorbereiding goed was.
Toch pakt het leven na het werk voor de meeste gepensioneerden redelijk goed uit. Bijna driekwart vindt dat zij op het juiste moment zijn gestopt en ruim de helft ontvangt ongeveer het verwachte inkomen. Twee derde mist het werk niet of nauwelijks en 81 procent belandde niet in een zwart gat. Voor de overige 19 procent ontstond wel een gevoel van leegte, al duurt het volgens ANBO-PCOB vaak één tot twee jaar om een nieuw ritme te vinden.
Vooral mensen die na hun AOW-leeftijd doorwerkten, lijken kwetsbaar voor die overgang. Zij hebben tijdens hun werkzame leven mogelijk minder tijd gehad om sociale contacten buiten het werk te onderhouden. Met het wegvallen van collega’s en de vaste structuur kunnen daardoor autonomie, verbondenheid en zingeving onder druk komen te staan.
Beleidsadviseur Eric Brendel adviseert werknemers vooraf bewust na te denken over de manier waarop zij stoppen, bijvoorbeeld geleidelijk of juist in één keer. Ook moeten zij zichzelf tijd geven om te wennen en niet meteen de agenda volledig vullen. ANBO-PCOB vindt dat werknemers hierin meer begeleiding verdienen. Niet alleen pensioenfondsen, maar ook werkgevers zouden aandacht moeten besteden aan de sociale en mentale gevolgen van pensionering. De vereniging roept werkgevers bovendien op oudere werknemers te ondersteunen die na hun AOW-leeftijd hun kennis en ervaring willen blijven inzetten.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat, in tegenstelling tot Johan Derksen, helemaal stuk om flauw filmpje