Oud-topambtenaar: avondklok kwam op tafel door studentenhuizen
In dit artikel:
De avondklok kwam al in september 2020 ter sprake binnen het kabinet, niet meteen als medische noodmaatregel maar vooral omdat coronaregels in studentenhuizen slecht werden nageleefd en handhaving lastig was. Dat vertelde Hanneke Schipper-Spanninga, toen directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, aan de parlementaire enquêtecommissie corona.
Volgens haar was er destijds vooral sprake van een handhavingsprobleem: het verbod om ’s avonds naar buiten te gaan zou een klein deel van de bevolking raken, terwijl een maatregel voor alle Nederlanders veel te ver ging zonder duidelijke noodzaak voor de volksgezondheid. Die houding leefde breder in het bestuur, zei ze. Pas in januari 2021 veranderde dat beeld, toen het OMT aangaf dat de avondklok het besmettingsgetal met 8 tot 13 procent kon verlagen. Toen was er volgens haar wél een medische onderbouwing.
Tegelijkertijd vond Schipper-Spanninga dat er vanaf het begin een goede regeling voor uitzonderingen moest komen en dat de avondklok de eerste maatregel moest zijn die weer werd afgeschaald. Dat gebeurde uiteindelijk niet: eerst werden andere regels versoepeld, onder meer in het onderwijs. Dat vond zij deels logisch, omdat steeds meer bekend werd over de gevolgen van die beperkingen, maar ze begreep niet waarom andere versoepelingen voorrang kregen boven het afschaffen van de relatief zware avondklok. Volgens haar ging het bij zulke besluiten altijd om politieke afwegingen, niet om een exacte wetenschap.
De Oranjezomer: Victor Vlam over onrust bij Ter Apel: 'Zet veiligelanders terug naar hun land van herkomst!'