Oud-premier Mark Rutte blikt terug op coronacrisis: 'Het was loodzwaar'
In dit artikel:
Mark Rutte was vrijdag terug in Den Haag om zijn rol tijdens de coronapandemie te komen toelichten voor de parlementaire enquêtecommissie. Als voormalig premier (14 jaar) verscheen hij voor de vierde keer; de commissie probeerde vooral knelpunten te vinden rond zijn regie en besluitvorming. Rutte gedroeg zich kalm en zelfverzekerd: soms reflectief en kritisch op zichzelf, vaak complimenteus richting collega’s en adviseurs, en zelden in serieuze problemen.
Centraal stond de vraag waarom Rutte veel informeel overleg hield in het Catshuis en op zijn ministerie, waardoor formele kabinetsvergaderingen volgens critici te vaak aan de kant zouden staan. Hij verdedigde die werkwijze als een manier om stoom af te blazen, snel ideeën te toetsen en emotie te kanaliseren zonder dat alles in notulen terechtkwam. Zijn deurbeleid — wie wel of niet werd toegelaten — blijft hij redelijk vinden.
Ruttes dominante zorg tijdens de crisis was het voorkomen van een tekort aan ziekenhuis- en IC-bedden. Dat doel bepaalde veel beslissingen; hoewel mentale en economische gevolgen werden meegewogen, was het risico van mensen die geen bed kregen volgens hem de harde grens. Beelden uit Bergamo en Londen versterkten die sense of urgency. Tegelijk erkende hij dat hij het Outbreak Management Team en voorzitter Jaap van Dissel te veel gezag heeft verleend en noemt het achteraf onhandig om adviezen als onomstotelijk te presenteren.
Een pijnlijk moment was een appje aan minister Hugo de Jonge waarin Rutte sprak over groepsgevoel — “samen tegen de rest” — waarmee hij mogelijke gebrek aan tegenspraak symbolisch maakte; Rutte verklaarde dat hij daarmee vooral waardering voor samenwerking wilde tonen en wees op de vele onderlinge conflicten in die periode. Hij vertelde ook openlijk over een somber moment tijdens een terugreis uit Albanië in het najaar van 2021, toen oplopende besmettingen hem zwaar troffen.