Oud-premier Leterme over Volvo Gent en samenwerken met China: "Waakzaam zijn dat activiteit hier niet wordt leeggezogen"
In dit artikel:
De toekomst van Volvo Car Gent — de laatste autofabriek in België — staat zowel op de agenda van een Belgische taskforce onder premier Bart De Wever als bij het Chinese moederbedrijf Geely in Peking. Buitenlandminister Maxime Prévot sprak tijdens zijn Chinese reis met de top van Geely, wat de link tussen Gent en China extra in de schijnwerpers zet. Yves Leterme, oud-premier en China‑kenner, waarschuwt dat die relatie nuttig kan zijn, maar dat België moet oppassen dat de activiteiten in Gent niet geleidelijk naar China worden verplaatst.
Leterme, die zelf zakelijke banden met China onderhoudt (onder meer via het investeringsfonds ToJoy en vroeger consultancywerk), juicht preventieve acties van De Wever toe: het is verstandig om vroeg te bespreken hoe je de vestiging aantrekkelijker maakt, naast het inzetten op vakmensen, reputatie en historiek. Volgens hem ziet China België wel als toegangspoort tot de Europese markt, en zijn havens en langetermijnrelaties van waarde, maar in Peking wordt vaker naar afzonderlijke, grotere EU-landen gekeken dan naar ‘Europa’ als één blok.
Wat China gevaarlijk competitief maakt, zijn drie kenmerken die Leterme benadrukt: schaalgrootte, beleidsvoorspelbaarheid en beleidscohesie — deels geworteld in de staatsstructuur. Hoewel China op onderdelen nog achterloopt (bijvoorbeeld in commerciële luchtvaart, sommige ICT-domeinen, chips en biotech), voert het momenteel een sterke inhaalbeweging met massale investeringen in onderzoek en patenten. Dat leidt tot een aanpak waarbij nieuwe technologieën snel naar de markt worden gebracht; “De aanpak van China is op het eerste gezicht vrij chaotisch, maar je hebt veel sneller toepassingen,” aldus Leterme. Die methode produceert snel resultaten en veel mislukkingen tegelijk, en regelgeving volgt vaak later.
Leterme bekritiseert de Europese werkwijze als te traag en te sequentieel: fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, prototypen, patenten en pas daarna marktintroductie. Hij pleit ervoor dat Europa zich scherper richt op kernprioriteiten zoals energieonafhankelijkheid en concurrerende productiekosten, en waar mogelijk tempo maakt in het innovatiebeleid. Tegelijk moet men ethische en privacy‑standaarden niet zomaar opofferen; Leterme erkent dat Chinese regelgeving soms achterloopt maar ook bijstuurt.
Over veiligheidsrisico’s zegt Leterme dat vitale belangen beschermd moeten worden: “We moeten onze vitale veiligheidsbelangen effectief beschermen.” Sommige activiteiten horen gesloten te blijven, niet alleen tegen Chinese inmenging maar ook tegen andere buitenlandse afhankelijkheden. Daarbij waarschuwt hij voor ongelijke toepassing van EU‑regels: landen met soepelere controles (hij noemt impliciet voorbeelden als Spanje of Hongarije) kunnen aantrekkelijker zijn voor niet‑Europese investeerders, wat oneerlijke concurrentie en versplintering van banen en welvaart in de EU kan veroorzaken. Europese wetgeving moet dus zowel beschermend als uniform toepasbaar zijn om uitbuiting van verschillen te voorkomen.
Kort samengevat: samenwerken met China biedt technologische kansen voor Belgische industrieën zoals Volvo Gent, maar vereist scherpe beleidskeuzes — behoud van reële activiteiten en banen, snellere en pragmatische innovatiepolitiek in Europa, en consistente veiligheids‑ en regelnaleving binnen de EU om strategische afhankelijkheden en spionage‑risico’s te beperken.