Oud OMT-lid Kluytmans: adviesorgaan bij volgende crisis anders inrichten. 'Je zag het misgaan'

maandag, 1 juni 2026 (14:49) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Hoogleraar microbiologie Jan Kluytmans, toen werkzaam in het Amphia-ziekenhuis in Breda en lid van het OMT, zei tijdens de tweede dag van de openbare parlementaire enquête corona dat het Outbreak Management Team bij een langdurige crisis anders ingericht moet worden. Het OMT is volgens hem ontworpen voor acute bestrijding; een langdurige, complexe pandemie vraagt om langere-termijnstrategie, scenario-denken en bredere expertise. Kluytmans: „De structuur begon te knellen.”

Hij rapporteerde dat binnen het OMT lange tijd met dezelfde mensen werd gewerkt, wat nieuwe inzichten en frisse input beperkte en tot vermoeidheid leidde; veel leden deden het werk vrijwillig naast een volle baan. Economische, maatschappelijke en sociale effecten van maatregelen waren nauwelijks in de adviezen verwerkt, deels omdat het OMT weinig kennis had van neveneffecten en het kabinet daar niet naar vroeg. Betrokkenheid van gedragswetenschappers en kinderartsen was beperkt; veel informatie kwam uit eigen praktijkervaringen. Kwantitatieve data bleken bovendien makkelijker inzetbaar voor beleidsmakers dan moeilijk meetbare zaken zoals jongeren-eenzaamheid.

Kluytmans schetste ook hoe de urgentie aanvankelijk regionaal verschilden: Brabant kampte met overvolle ziekenhuizen en dreigende code zwart, terwijl andere provincies zoals Groningen weinig besmettingen zagen, waardoor het landelijke urgentiebesef vertraagde. Hij noemde een voorbeeld waarbij een GGD-schatting van circa 6.000 besmettingen ver afweek van zijn eigen berekeningen (40.000–50.000), die door organisatorische problemen niet goed werden besproken. Volgens Kluytmans waren die eerste weken ‘de moeilijkste van zijn leven’.