Oud-galeriehouder Hans Gieles (69) ontvangt 1558 euro AOW per maand: 'Ik kan al mijn rekeningen betalen en houd zelfs nog wat over'
In dit artikel:
Hans Gieles (69), voormalig galeriehouder en organisator van kunstbeurzen, woont sinds enkele jaren in een sociale huurwoning op het Westerdokseiland en krijgt 1.558 euro AOW per maand. Zijn appartement van 75 m² kost hem 713,22 euro huur en hangt vol kunst; hij zegt dat het voelen als “een lot uit de loterij”. Acht jaar eerder was zijn situatie radicaal anders: na een scheiding en een daaropvolgende depressie raakte hij thuisloos en sliep in nachtopvanglocaties in Amsterdam.
Na de scheiding werd hij uit het gezamenlijke huis in Amsterdam-Noord gekocht en kon niet permanent bij zijn broer blijven. In 2018 meldde Gieles zich bij de sociale dienst en belandde aanvankelijk in de nachtopvang op de Jan van Galenstraat, later in een opvang van het Leger des Heils aan de Oudezijds Voorburgwal. Via HVO-Querido kreeg hij een plek in een woonproject in De Pijp; uiteindelijk werd hem het huidige appartement toegewezen. De gemeente verstrekte 3.600 euro voor inrichting, waarvan hij niet schuldig is: hij besteedde het onder meer aan kleurrijke vloerbedekking, een bank en koelkast omdat hij liever geen laminaat wilde.
Gieles leeft spaarzaam maar met eigen prioriteiten. Hij bouwde bewust geen aanvullend pensioen op en geeft aan dat zijn AOW en eerdere bijstand samen voldoende zijn om rekeningen te betalen en soms iets over te houden. Om kosten te besparen gebruikt hij bijvoorbeeld de waterkoker in plaats van kraanwater op gas, zet ventilatoren onder de verwarming om warmte beter te verdelen, vervangt apparaten pas als ze echt kapot zijn en let op bonusaanbiedingen bij boodschappen. Hij doucht zelden (ongeveer eens in de vijf dagen), bestelt bijna nooit eten en vermijdt vaak horeca-uitjes vanwege de hoge prijzen. Tegelijkertijd rookt hij shag, drinkt hij ongeveer dagelijks een fles wijn en koopt hij af en toe kunst — dat zijn zijn luxe-uitgaven.
Zijn sociale netwerk bestaat vooral uit telefoongesprekken met vrienden en zussen; hij vult dagen met lezen en het schrijven van verhalen op Facebook. Van zijn periode van ernstige depressie en dakloosheid heeft hij geleerd dat financiële middelen niet alles zijn: “rust is het allerbelangrijkste,” zegt hij. Gieles benadrukt dat zijn situatie zowel pech als geluk bevatte — de combinatie van hulpinstanties, toegewezen betaalbare woonruimte en gemeentelijke steun maakte het mogelijk zijn leven weer op te bouwen.
Het verhaal toont hoe het sociale vangnet in Amsterdam samen met persoonlijke keuzes en sober leven iemand kan helpen stabiel te worden na verlies en psychische tegenslag.