Oud-CPB'er kritisch op doorrekeningen: 'De voorgestelde bezuinigingen op de zorg gaan over een volstrekt verzonnen realiteit'
In dit artikel:
De doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) laten maatregelen zien – bevriezing van het basispakket, benchmarken van verpleeghuizen, hogere eigen bijdragen in de langdurige zorg – die het kabinet miljarden zouden moeten opleveren, maar veel van die maatregelen staan niet in partijprogramma’s. Volgens gezondheidseconoom Marcel Canoy verklaart dat geen opzettelijk kiezersbedrog, maar een probleem van de rekenmodellen die het CPB hanteert. Canoy werkte bijna tien jaar bij het CPB, is hoogleraar aan de VU en zit in een kwaliteitsraad van het Zorginstituut; hij stelt dat zorgbeleid zich vaak niet laat vangen in eenvoudige, landelijke rekensommen.
Veel politieke voorstellen hebben lokale, complexe of maatschappelijke baten die niet makkelijk te kwantificeren zijn. Als voorbeeld wijst Canoy op ‘zorgzame buurten’: onderzoek toont volgens hem aan dat elke geïnvesteerde euro daar ruim zes euro kan opleveren, maar omdat die effecten moeilijk landelijk door te rekenen zijn, krijgt zo’n maatregel bij het CPB een waarde van nul. Hetzelfde geldt voor hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg die aanvankelijk kosten veroorzaken maar op maatschappelijke winst uitlopen die het CPB niet meeneemt.
Omdat veel zinnige maatregelen onzichtbaar blijven voor modellen, zo betoogt Canoy, selecteert het CPB vaak wél oude, makkelijk te berekenen ingrepen. Daardoor verschijnen in doorrekeningen instrumenten zoals benchmarken van verpleeghuizen (waarmee instellingen hetzelfde tarief zouden krijgen op basis van minimale, meetbare normen) terwijl die aanpak door toezichthouders en sectororganisaties eerder is verworpen als niet-zinnige kwaliteitsmaatstaf. Zo’n maatregel levert in het model veel besparingen op, maar de praktijk en recente afspraken in de sector lopen ertegenin.
Ook de vermeende bevriezing van het basispakket kwam grotendeels voort uit zo’n rekentruc: partijen konden kiezen uit voorgekauwde opties van het CPB om punten in de doorrekening te scoren, terwijl een daadwerkelijke bevriezing in geen enkel verkiezingsprogramma terug te vinden is en in de praktijk onwenselijk zou zijn (nieuwe, effectieve geneesmiddelen moeten immers toegankelijk blijven). Sommige partijen (onder andere VVD, D66, SGP, ChristenUnie, Volt en JA21) lieten het CPB dergelijke scenario’s doorrekenen; het CDA voegde wel een provisie toe voor mogelijke instroom van nieuwe behandelingen.
Berekenbare maatregelen als hogere eigen bijdragen of wijzigingen aan het eigen risico scoren wél in modellen, maar Canoy waarschuwt dat die vaak onrechtvaardige en contraproductieve effecten hebben. Verhogen van eigen betalingen kan de zorgvraag verminderen en geld opleveren in een model, maar tast solidariteit aan en treft lagere inkomens het meest. Afschaffing van het eigen risico is eenvoudig door te rekenen, maar genereert hogere premies voor iedereen, stimuleert mogelijk onnodige zorg en vergroot wachtlijsten — en helpt niet selectief de mensen die zorg mijden vanwege kosten.
Preventie terugbrengen tot klassieke accijnsverhogingen op rook, alcohol of suikerhoudende producten is volgens Canoy vooral een keuze omdat zulke maatregelen rekenen makkelijk maken, niet omdat het de kern van partijplannen of de meest effectieve interventies weerspiegelt.
Zijn advies: stop met de starre toepassing van modellen die veel relevante effecten negeren en laat beleid beoordelen door panels van praktijkmensen, zorgeconomen, ethici en gezondheidstechnologie-experts. Voor kiezers die zorg belangrijk vinden betekenen de huidige doorrekeningen weinig concreets: ze tonen wel richtinggevende voorkeuren van partijen, maar niet in welke mate die plannen echt uitgevoerd worden of wat de werkelijke gevolgen voor patiënten — vooral kwetsbare groepen — zullen zijn.