Oud-brandweerman Gerrit Companjen liep in 1970 over brandend oefenterrein 't Harde: „We moesten maken dat we wegkwamen"
In dit artikel:
De hevige brand op de Veluwe doet oud-brandweerman Gerrit Companjen (Oldebroek) denken aan een bijna identieke vuurzee op Artillerie Schietkamp (ASK) ’t Harde op 18 juni 1970. Destijds verwoestte het inferno naar schatting honderden hectares bos en hei en raakten ook enkele gebouwen in brand. Companjen, toen in de twintig en werkzaam in een smederij, was bij de brandweer betrokken en herinnert zich hoe de rook al overdag boven Oldebroek hing, waarna hij en collega’s op eigen initiatief naar het militaire oefenterrein trokken — maar eerst op dichte hekken stuitten.
Als verkenner kwam hij dichtbij de vlammen te staan en hoorde “een huilend geluid tussen de bomen”; volgens hem veranderde het hars van dennen onder de hitte in brandbaar gas waardoor het vuur extra aanzuigde. De brand verspreidde zich razendsnel, sprong zelfs over de snelweg en naderde het dorp ’t Harde. Brandweerlieden besloten het militair terrein te verlaten en het vuur van buitenaf te bestrijden; voertuigen werden zo geparkeerd dat men snel kon vluchten. Om aan bluswater te komen pompte men bijvoorbeeld een buitenzwembad leeg.
Ook militair materieel werd ingezet: tanks reden bomen plat om de vlammen te keren. Een geluk bij een ongeluk was een plotselinge winddraaiing die het vuur terugblies naar reeds uitgebrande delen van het schietterrein, waardoor het uiteindelijk werd geblust. Hulp kwam van korpsen elders, onder meer uit Barneveld en Emmeloord, maar de middelen en communicatie waren toen veel beperkter — geen portofoons of blushelikopters.
Companjen vraagt zich af hoe een brand op een militair oefenterrein zo kon losbreken en snel uitbreiden; de marechaussee laat weten dat de oorzaak van de huidige brand op de Veluwe wordt onderzocht.