Oskar Brüsewitz, de theoloog die een brandende toorts werd
In dit artikel:
Op 18 augustus 1976 reed de 47-jarige evangelisch-lutherse predikant Oskar Brüsewitz naar de kerk in Zeitz, in de DDR. Hij plaatste protestborden op zijn Wartburg en beschuldigde het communistische bewind ervan kerken op scholen te onderdrukken en zo de opvoeding van kinderen en jongeren aan de staat over te laten. Vervolgens overgoot hij zich met twintig liter benzine en stak zichzelf in brand. In achtergelaten brieven maakte hij duidelijk dat hij geen gewone zelfmoord wilde plegen, maar een politiek en religieus signaal wilde afgeven.
Omstanders probeerden hem te redden, waarna hij naar een ziekenhuis in Halle werd gebracht. Vier dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Zijn vrouw en dochters mochten hem niet bezoeken en werden langdurig verhoord door de politie en de Stasi. Bij zijn begrafenis op 26 augustus waren meer dan driehonderd mensen aanwezig, onder wie 75 predikanten. De geheime dienst legde de plechtigheid uitgebreid vast.
Brüsewitz was predikant in het dorp Rippicha, waar hij zich sterk inzette voor kinderen en zich verzette tegen de toenemende invloed van de staat op opvoeding en onderwijs. Hij maakte de partijpropaganda belachelijk en plaatste een opvallend verlicht neonkruis aan de kerktoren, een ongebruikelijk zichtbaar christelijk symbool in de DDR. Gemeenteleden herinneren zich hem als een eigenzinnige, bevlogen dominee die dieren meenam naar de kerk en de opbrengst van zijn veehouderij weggaf.
De DDR-regering reageerde pas weken later via staatsmedia. Die schilderden Brüsewitz af als iemand die door psychische problemen niet meer helder kon denken, zodat zijn kritiek inhoudelijk kon worden genegeerd. In West-Duitsland werd hij juist gezien als martelaar voor religieuze vrijheid. Ook binnen de kerk bestond verdeeldheid: een verklaring sprak begrip uit voor zijn kritiek, maar keurde de zelfverbranding af.
Die tegenstelling werkt nog altijd door in Zeitz. Conservatieve kringen, kerken en CDU-politici zien Brüsewitz als een moedig verzetsfiguur tegen de communistische dictatuur. Linkse critici, onder wie voormalig gemeenteraadslid Horst Heller en historicus Karsten Krampitz, vinden hem geen martelaar en benadrukken zijn psychische kwetsbaarheid. Volgens schrijver Oskar Schmidt past zijn verhaal juist in een bredere geschiedenis van verzet tegen nazi’s en DDR.
In het vijftigjarig herdenkingsjaar organiseren de stad en de kerken op 18 augustus een grotere herdenking bij de kerk. Ook is in het museum Moritzburg een tentoonstelling over Brüsewitz te zien. Zijn familie blijft intussen met de pijnlijke vraag zitten of zijn radicale daad, die zijn vrouw en kinderen zwaar trof, het gewenste effect heeft gehad.
Vandaag Inside: Johan Derksen hoort opvallend interview met Wout Weghorst: 'Ik vind het een rare jongen worden'