Organist en componist Trevor Grahl ontdekte zichzelf in Nederland en schrijft nu verbluffende orkeststukken
In dit artikel:
De Canadees-Nederlandse componist en organist Trevor Grahl (1984) valt op door muziek waarin grootse klankwerelden samengaan met speelsheid, humor en kinderlijke verwondering. Voor zijn orgelwerk Śpiewnik voor orgel, elektronica en twee basdrums kreeg hij in 2025 de Matthijs Vermeulen Prijs. Een jaar eerder won hij samen met een andere componist de Willem Pijper Prijs voor Music for Malmö, eveneens een orgelwerk met elektronica. Dat zulke prijzen naar orgelcomposities gaan, is uitzonderlijk.
Śpiewnik, Pools voor ‘liedboek’, vertrekt vanuit een vertraagde Poolse hymne uit het vermoedelijke repertoire van Grahls Poolse voorouders. Zwevende hoge tonen, instabiele microtonale klanken, open- en dichtgaande orgelregisters en elektronische koorklanken roepen tegelijk ruimtevaart, een ritueel en een verdwenen verleden op. Aan het einde valt het klankcomplex weg als bij een stroomstoring, waarna alleen kale basdrumslagen overblijven. Het werk wordt zo een muzikale zoektocht naar afkomst, herinnering en het heilige.
Grahl werkt als artistiek assistent in het Amsterdamse Orgelpark en is een pleitbezorger van het ‘hyperorgel’, waarbij digitale technologie de mogelijkheden van het traditionele instrument uitbreidt. Ook in Of Ancient Days (2018), voor twee orgels, onderzoekt hij ontstaansprocessen en de verhouding tot het verleden, ditmaal via Bachs koraalpartita Sei gegrüsset, Jesu gütig. Zijn orkest- en ensemblewerken zijn eveneens exuberant en theatrale, maar blijven nadrukkelijk speels. Voorbeelden zijn Folly, waarin een slagwerker een tekenfilm nabootst, Canis Quixotus met cartoonachtige filmmuziekclichés en Dreams of Machines, waarin een orkest droomt dat het een pianola is. Een nieuw orkestwerk voor het Münchener Kammerorchester gaat in januari in het Muziekgebouw in première en is nog volop in ontwikkeling.
Grahl groeide op in Rankin, Ontario, nabij een kerncentrale. Een uitvoering van Bruckners Vierde symfonie maakte als veertienjarige diepe indruk door de massieve klank en textuur. Later voelde hij zich tijdens zijn opleidingen in Montreal en San Diego beperkt door regels en theoretische verwachtingen rond nieuwe muziek. De Nederlandse componiste Rozalie Hirs adviseerde hem naar Amsterdam te gaan en bij Richard Ayres te studeren. Ayres vroeg hem vooral wat hij wilde uitdrukken en welke emotie achter zijn muziek zat. Die benadering gaf Grahl de vrijheid om een eigen stem te ontwikkelen.
Sindsdien keert de kindertijd voortdurend terug in zijn werk, met thema’s als spel, angst, verlies, herinnering en verwondering. Dat blijkt onder meer uit de kinderopera Reis naar het land van de lelijkerds, het orkestwerk Brennendes Geheimnis en het werk Κάποτε voor zang en kamerorkest. Dierenklanken, stilte en natuurgeluiden verbinden zijn persoonlijke herinneringen met een bredere zoektocht naar nieuwe werelden. In Nederland heeft Grahl naar eigen zeggen een cultuur gevonden waarin experiment en expressie centraal staan. Daardoor voelt hij zich inmiddels, zij het voorzichtig, ook Nederlander.
Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'