Orbán is weg, Trump is impopulair - maar radicaal-rechts voelt zich niet verslagen

zaterdag, 18 april 2026 (13:55) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Later deze maand verschijnt in de VS het boek Giorgia’s Vision, waarin de Italiaanse premier Giorgia Meloni haar opvattingen presenteert; het bevat een voorwoord van JD Vance en op de omslag prijkt een aanbeveling van Donald Trump. Ironisch genoeg ontstond deze week juist wrijving tussen Meloni en Trump: nadat Meloni paus Leo XIV verdedigde tegen kritiek op Trumps optreden rond de oorlog in Iran, noemde Trump haar reactie teleurstellend. Die wisselvalligheid illustreert de vluchtige omgang van het huidige Witte Huis met bondgenoten: vriendschap kan snel omslaan in openlijke verwijten.

Die dynamiek weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen het Europese radicaal-rechtse landschap. De verpletterende nederlaag van Viktor Orbán in Hongarije heeft veel van de tot nu toe als vanzelfsprekend beschouwde zekerheden aan het wankelen gebracht. Orbán fungeerde jarenlang als spil: hij bouwde netwerken, financierde denktanks en haalde conferenties als de Europese CPAC naar Boedapest. Zijn politieke terugslag — gecombineerd met het feit dat Washington vorig jaar niet instond voor financiële steun toen Boedapest daarom vroeg — heeft geleid tot stevige interne kritiek en een periode van zelfreflectie onder gelijkgestemde partijen in Europa.

De afkeer van een te grote afhankelijkheid van de Amerikaanse MAGA-stijl van politiek wordt inmiddels luider verwoord. Belgische N-VA-minister Theo Francken sprak openlijk zijn opluchting uit over Orbáns verlies en adviseerde de Amerikaanse MAGA-activisten te stoppen met internationale campagnevoering. Ook in Duitsland en Italië roeren zich stemmen die de nauwe band met het Witte Huis als lastpunt noemen. Tegelijkertijd blijft er terughoudendheid: de meeste radicaal-rechtse leiders willen de relatie met Washington niet volledig verbranden, omdat die pragmatisch en politiek nuttig kan blijven.

Orbáns val heeft echter een concreet probleem opgeleverd: wie treedt in zijn voetsporen als pan-Europese coördinator en geldschieter? Binnenlandse zwaargewichten als Robert Fico of Andrej Babis missen het internationale bereik en de financiële middelen die Orbán had. Zijn vermeende opvolger Péter Magyar heeft al aangegeven conservatieve subsidies en evenementen mogelijk niet voort te zetten, waardoor onderdelen van Orbáns machtsapparaat direct onder druk komen te staan. Dat zet vraagtekens bij de toekomstige invloed van de netwerkstructuren die hij heeft opgebouwd.

Tegelijkertijd biedt die verandering ruimte voor reorientatie. Meer politici lijken te pleiten voor een buitenlands beleid dat bovenal Europees is — minder instructies van Brussel, maar ook geen klakkeloze aansluiting bij Washington, Moskou of Beijing. Jean-Pascal Hohm, leider van de jongerenbeweging van de AfD, formuleerde dit als een prioriteit voor de toekomst: Europese samenwerking met buren moet zwaarder wegen dan speciale banden met grootmachten.

Die europeanisering is ook zichtbaar in het Europees Parlement. Waar nationaal-conservatieven en extreemrechtse partijen twee jaar geleden nog moeite hadden om één publiek gezicht te vormen (Meloni wilde niet samen met Le Pen, Le Pen vond AfD te radicaal), werken ze nu vaker samen over fractiegrenzen heen. Samen met rechtse middenpartijen kon die flank recentelijk wetgeving rond strengere aanpak van uitgeprocedeerde asielzoekers door het parlement loodsen. Dat toont hun groeiende parlementaire invloed en hun bereidheid tot pragmatische allianties, ook met centrumrechtse partijen zoals het CDA.

Conclusie: de nederlaag van Orbán en de steeds wisselender relatie met Trump betekenen geen einde van de Europese radicaal-rechtse opmars, maar wel een fase van aanpassing. Zonder één dominante spil kunnen deze partijen hun banden met de VS afzwakken en zich steviger op Europa richten, terwijl ze tegelijk profiteren van praktische samenwerking binnen EU-instellingen. Een leider minder of een bondgenoot minder — pijnlijk, maar geen existentiële streep door hun politieke ambities.