Orbán grijpt na uitgewerkte Hongaarse succesformule naar 'campagne van angst'
In dit artikel:
Viktor Orbán bouwde zijn politieke succes op twee pijlers: ruime economische cadeaus voor brede groepen en het uitbuiten van nationale belangen als veiligheidsargument. Dat recept — goed georganiseerde hypotheken voor gehuwde paren, extra belastingvoordelen voor gezinnen, een dertiende maand voor gepensioneerden, kunstmatig lage energieprijzen, versoepelde kredietverlening en grote overheidswerkprogramma’s — zorgde jarenlang voor het beeld van een daadkrachtige, verzorgende staat en verklaart eerdere verkiezingswinsten van Fidesz.
Volgens experts is die succesformule nu echter aan het slijten. De financiële consequenties van het uitdelen van voordelen zijn zichtbaar: overheidsfinanciën staan onder druk, onderdelen van de verzorgingsstaat zijn uitgekleed (kortingen op werkloosheidsuitkeringen, verzwakte gezondheidszorg) en de afname van EU-gelden door Orbáns buitenlandse koers verergert de situatie. Analisten spreken van een model van herverdeling dat moeilijk vol te houden is terwijl de economie sputtert.
Met de Hongaarse parlementsverkiezingen van 12 april in zicht verschuift Orbán daarom nadrukkelijk naar thema’s als nationale soevereiniteit en veiligheid. Hij schildert een dreigend buitenbeeld — eerder migratie, nu een “oorlogszuchtige EU” — en positioneert zijn partij als enige garanten van stabiliteit. De belangrijkste opposant, Tisza, wordt in regeringsretoriek weggezet als marionet van Brussel, een frame dat speelt op angst voor buitenlandse inmenging.
De recente rel met Oekraïne past in die strategie en komt politiek goed van pas; Orbán beweert dat Kyiv probeert te voorkomen dat Hongarije Russische olie koopt — een instrument om energieprijzen laag te houden. Zijn nauwe band met Donald Trump helpt hem: dankzij die relatie mag Hongarije ondanks internationale sancties tot november Russische olie blijven inkopen. Dat maakt de verkiezing tot een toetssteen: kiezen Hongaarse kiezers voor het door Orbán geschetste pad in het spoor van Trump en de VS, of voor een terugkeer naar Europese integratie en Brussel? Experts verwachten dat de uitkomst aangeeft hoe sterk Europa nog staat in eigen huis.