Orbán escaleert: Leger op 75 locaties, harde actie tegen islamisten én onderzoek naar sabotage Druzhba-pijpleiding
In dit artikel:
De Hongaarse premier Viktor Orbán heeft na een vergadering van de Defensieraad opdracht gegeven het leger op 75 locaties in te zetten om vitale energie-infrastructuur te bewaken. Tegelijk werd een onderzoekscommissie ingesteld om de Friendship‑oliepijpleiding (Druzhba) te onderzoeken; sinds eind januari ligt de toevoer vanuit Rusland via die pijp stil, wat vooral Hongarije en Slowakije hard raakt (Hongarije haalt meer dan 90% van zijn olie via Druzhba).
Orbán beschuldigt Oekraïne expliciet van sabotage, spreekt van “state terrorism” en laat satellietbeelden zien die volgens hem aantonen dat de leiding zelf onbeschadigd is, maar dat er op Oekraïens grondgebied technische obstakels zijn aangebracht. Hongarije en Slowakije richten een gezamenlijke onderzoekscommissie op en eisen toegang tot de pijpleiding op Oekraïens grondgebied. Orbán dreigt met het blokkeren van EU‑steun aan Kiev, het tegenhouden van sancties tegen Rusland en het blokkeren van grote leningen zolang Oekraïne volgens hem niet tot inkeer komt.
De inzet van leger en politie, een dronverbod in grensgebieden en strengere controles worden gepresenteerd als maatregels om nationale energiezekerheid te beschermen. Critici noemen het een illiberaal machtsvertoon, afleiding van binnenlandse economische problemen en een herhaling van Kremlinvriendelijke narratieven. Brussel reageert voorlopig terughoudend en spreekt van feitelijke vaststelling en onderzoek.
Achtergrond: de uitval van Druzhba heeft directe economische gevolgen voor Centraal‑Europa en valt samen met gevoelig binnenlands politiek terrein voor Orbán — met verkiezingen en een krappe economische situatie — waardoor zijn harde optreden zowel veiligheidsargumenten als politieke motieven bevat.