Opvallend veel zeedieren aangespoeld in korte tijd, hoe komt dat?

woensdag, 15 april 2026 (21:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

In 2026 is Nederland opvallend veel geconfronteerd met aangespoelde zeezoogdieren: in vier maanden tijd werden exemplaren van tien verschillende soorten gezien of gevonden langs de kust. Voorbeelden zijn een dolfijn bij Wierum (Friesland), een beloega bij Callantsoog en een Risso’s-dolfijn aan het strand bij Kamperland (Zeeland). Sommige waarnemingen betreffen soorten die lange tijd niet aan Nederlandse kusten opdoken; een Risso’s dolfijn was voor het laatst in 1970 aangespoeld en een beloega werd voor het laatst in 1984 gemeld.

SOS Dolfijn (Jeroen Hoekendijk) en marien bioloog Lonneke IJsseldijk benadrukken dat er geen eenduidige verklaring is: elk geval krijgt apart onderzoek. Mogelijke oorzaken variëren van verstrikking in vistuig en vervuiling tot navigatiefouten die diepzeediersoorten zoals potvissen in de ondiepe Noordzee doen belanden — een omgeving waar zij niet kunnen overleven. De Noordzee werkt volgens experts soms als een dodelijke trechter: dieper water loopt geleidelijk af naar ondiep kustgebied, met kusten aan alle zijden.

Ook (geluids)vervuiling wordt genoemd als factor; sonargerelateerde verstoring door schepen en militaire activiteiten kan gehoorschade veroorzaken bij soorten die op echolocatie jagen, waardoor voedselvinding onmogelijk wordt. Media-aandacht en een grotere bereidheid van het publiek om gestrande dieren te melden kunnen de indruk van een toename versterken.

Reddingskansen hangen af van soort, omvang en gezondheidstoestand. Grote walvissen zijn vaak te zwaar om verantwoord te behandelen en riskeren dwarslaesies; kleinere soorten, zoals bruinvissen, kunnen soms worden gered maar vereisen gespecialiseerde zorg. Hulpverleners raden aan gestrande dieren niet zomaar terug te duwen naar zee omdat ze vaak intern gewond of ziek zijn en eerst professionele zorg nodig hebben.