Oproepkracht na ziekmelding niet meer opgeroepen: kantonrechter kent haar toch €5.036,64 bruto loon toe, ook zonder UWV-oordeel

woensdag, 21 oktober 2026 (13:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een werkgever mag een zieke oproepkracht niet zomaar niet meer inroosteren om loonbetaling te vermijden. Dat blijkt uit een beschikking van de kantonrechter in Den Haag van 13 oktober 2026. De werkgever moet een flexwerkster €5.036,64 bruto betalen over mei tot en met augustus, vermeerderd met 50 procent wettelijke verhoging en €1.705 aan proceskosten.

De vrouw werkte sinds 1 maart 2026 als algemeen medewerker op basis van een min-maxcontract van minimaal 3 en maximaal 40 uur per week. Haar uurloon bedroeg eerst €14,80 en vanaf juli €14,99. Nadat zij zich op 5 mei ziek had gemeld met klachten aan haar elleboog en hand, werd zij uit de werk-WhatsAppgroep verwijderd en niet meer opgeroepen. Volgens haar waren de klachten veroorzaakt door een arbeidsongeval in april.

De werkgever stelde dat hij haar niet had ontslagen, maar haar alleen niet had ingepland omdat zij haar arm niet kon gebruiken. Ook betwistte hij haar urenopgave en wees hij erop dat zij geen deskundigenoordeel van UWV had aangeleverd. Zo’n oordeel is normaal vereist wanneer een werknemer loon tijdens ziekte vordert. De rechter maakte hier echter een uitzondering, omdat de werkgever na de ziekmelding geen bedrijfsarts had ingeschakeld. Een UWV-oordeel is bedoeld als second opinion; zonder eerdere beoordeling door een bedrijfsarts kon dat vereiste volgens de rechter niet redelijkerwijs van de werkneemster worden gevraagd.

De rechter vond haar ziekmelding bovendien voldoende aannemelijk. Haar klachten werden ondersteund door medische informatie van een orthopedisch chirurg en een radioloog. Ook had de werkgever haar bezwaren en de urenopgave onvoldoende onderbouwd. Voor de berekening gold het gemiddelde van de eerste drie gewerkte maanden: 136 uur in maart, 116 uur in april en geen uren in mei, oftewel 84 uur per maand. Over vier maanden kwam dat uit op 4 × 84 uur × €14,99 = €5.036,64 bruto.

Bij ziekte is het loon in beginsel 70 procent, maar in het eerste ziektejaar geldt voor werknemers van 21 jaar en ouder minimaal het wettelijk minimumloon. Omdat het uurloon van de werkneemster daarmee overeenkwam, kende de rechter het volledige bedrag toe. Daarnaast moest de werkgever een eerder tekort aan loon over maart en april aanvullen, waarbij een al betaald voorschot van €1.776 bruto werd verrekend.

Omdat de betaling te laat was, bleef ook de maximale wettelijke verhoging van 50 procent in stand. Dat de werkgever niet wist dat hij bij deze oproepovereenkomst minimaal loon moest doorbetalen, kwam volgens de rechter voor zijn eigen rekening.

De uitspraak onderstreept dat ook werknemers met een oproep-, nuluren- of min-maxcontract bij ziekte bescherming hebben. Zij doen er goed aan hun ziekmelding schriftelijk vast te leggen en urenopgaven en loonstroken te bewaren. Na minimaal drie maanden werk kan het gemiddelde van de voorafgaande drie maanden bepalend zijn voor de omvang van de loondoorbetaling. Als een bedrijfsarts wel heeft geoordeeld en partijen van mening verschillen, kan een werknemer bij UWV een deskundigenoordeel aanvragen; dat kost €100. Een ontslag kan doorgaans tot twee maanden na het einde van het contract worden aangevochten.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij verjaardag Jan Boskamp: 'Mooie kerel!'