Hongaarse oppositieleider Magyar wint verkiezingen, Orbán erkent nederlaag
In dit artikel:
Péter Magyar’s Tisza-partij lijkt bij de Hongaarse parlementsverkiezingen op weg naar een ruime meerderheid: een tussentijdige doorrekening nadat bijna 30% van de stemmen binnen is suggereert 132 van de 199 zetels voor zijn partij. Dat zou een einde betekenen van het 16 jaar durende bewind van Viktor Orbán en diens Fidesz‑partij.
De uitslag komt neer op een historisch kantelpunt: Orbán voerde een eurosceptische koers en zocht toenadering tot Rusland, terwijl Magyar juist belooft de relatie met Brussel te herstellen en de volgens hem wijdverbreide corruptie van het Orbán‑tijdperk aan te pakken. In de aanloop naar de verkiezingen stonden peilingen al lange tijd in het voordeel van Magyar; ook een recent onderzoek van opiniebureau Median bevestigde zijn comfortabele voorsprong.
Op meerdere plekken in Hongarije, onder meer bij het parlement in Boedapest, verzamelden supporters van beide kampen in spanning. De stembusgang kende een recordopkomst. Tegelijk blijft een aandachtspunt of de verwachte meerderheid groot genoeg is om ingrijpende hervormingen door te voeren, zeker omdat het Hongaarse kiesstelsel complex is: kiezers stemmen zowel in districtsverkiezingen als op landelijke lijsten, en de kiesdistricts zijn zo hertekend dat ze Fidesz eerder bevoordelen. Die systeemvoordelen kunnen de vertaling van stemmen in zetels beïnvloeden, ook als Tisza op papier ruim voorligt.