Oppervlakte voedselbossen in vijf jaar tijd vertienvoudigd
In dit artikel:
In 2025 registreerde het CBS 231 landbouwbedrijven met een voedselbos, samen goed voor 367 hectare. Dat areaal is ten opzichte van een jaar eerder verdubbeld en ruim tien keer zo groot als in 2020, toen er 29 bedrijven met in totaal 36 hectare voedselbos waren. Een voedselbos is een meerlagig, ecosysteemachtig perceel gericht op het oogsten van vruchten, noten, zaden en andere gewassen het hele jaar door; gemiddeld beslaat elk voedselbos bij bedrijven 1,6 hectare.
Voedselbossen maken ongeveer 1,8 procent uit van het areaal van blijvendeteeltbedrijven (die samen ruim 20 duizend hectare tellen). Van alle landbouwbedrijven heeft circa 0,5 procent een voedselbos. Bijna 22 procent van het voedselbosareaal is biologisch gecertificeerd.
Regionaal zit de meeste praktijk in Noord‑Brabant (50 bedrijven, 77 ha); Groningen heeft met vijf bedrijven het minste (samen minder dan 8 ha). Flevoland huisvest de grootste voedselbossen in gemiddelde omvang (3,7 ha per bedrijf), Friesland de kleinste (0,7 ha).
Voedselbossen komen relatief vaak voor bij blijvendeteeltbedrijven: van ongeveer 1.500 zulke bedrijven heeft 6 procent één of meer voedselbossen, gezamenlijk goed voor 234 hectare. Bij deze bedrijfstak liggen ook de grootste individuele voedselbossen (gemiddeld 2,6 ha). Het merendeel van het oppervlakte (ruim 228 ha) staat bij 80 “overige blijvendeteeltbedrijven”; slechts 5,6 ha hoort bij tien fruitbedrijven. Hokdier- en veeteeltbedrijven hebben het minst voedselbos (7 bedrijven, 1,9 ha).
Qua bedrijfsgrootte komen voedselbossen het vaakst voor bij bedrijven met een standaardopbrengst van 25.000–100.000 euro (89 bedrijven, 94 ha). Bedrijven met 100.000–250.000 euro opbrengst bezitten samen het grootste areaal (130 ha); heel kleine bedrijven (3.000–25.000 euro) hebben de kleinst gemiddelde voedselbossen (±0,4 ha).