Oppassen dat we niet van de ene dictatuur in de andere vervallen
In dit artikel:
In Iran, te midden van een nieuwe golf van moorden, foltering en massale detenties, is het debat over de toekomst van het land volgens de auteur niet een simpele keuze tussen monarchie en republiek, maar tussen democratie en dictatuur. De huidige repressie verscherpte zich na het overlijden van ayatollah Khamenei, waardoor oppositie en demonstranten steeds agressiever worden aangepakt. De schrijver waarschuwt dat herhaling van oude fouten – zowel die van de sjah-tijd als van de islamitische republiek – een democratische doorbraak in de weg zal staan.
De kern van de kritiek richt zich op de monarchistische oppositie rond Reza Pahlavi. In plaats van pluralisme en institutionele garanties voor vrijheid te promoten, vertonen sommige prominente monarchisten volgens de auteur autoritaire trekken: hiërarchisch taalgebruik, uitsluitende “met ons of tegen ons”-houdingen en het monddood maken van tegenstanders. Zulke gedragingen zouden de democratische aspiraties van Iraniërs ondermijnen omdat zij hetzelfde patroon van exclusie en gedwongen eenheidsdenken reproduceren dat eerdere regimes ziek maakte.
Twee concrete incidenten illustreren dit probleem. Ten eerste vroeg Reza Pahlavi tijdens de mobilisatie rond de “Woman, Life, Freedom”-campagne publiekelijk om een volmacht om namens het volk te handelen — een formulering die de auteur ziet als top-down en incongruent met de horizontale, emancipatoire geest van die beweging. Ten tweede haalde Yasmin Pahlavi twee jaar geleden op een demonstratie in Parijs een leus aan die oproept tot uitsluiting en het wegvagen van tegenstanders; volgens de schrijver weerspiegelt dat dezelfde logica van verkettering die politieke pluraliteit ondermijnt. Deze voorbeelden tonen volgens de auteur aan dat autoritaire reflexen niet beperkt zijn tot de macht zelf, maar ook kunnen wortelen in delen van de oppositie.
Belangrijke aanvullende punten: in het digitale tijdperk laat politiek gedrag zich permanent registreren, waardoor uitspraken en acties van leiders en hun omgeving moeilijk te negeren of te ontkennen zijn. Democratie vereist daarom niet alleen goede intenties, maar ook institutionele checks, persvrijheid, vrije partijen, verantwoording en een cultuur die dissent en debat beschermt. Slogans die vereenvoudigen tot “leven of dood”-retoriek werken polariserend en maken ruimte voor demagogen die zichzelf als redders presenteren zonder zich te laten controleren.
De auteur pleit ervoor dat het Iraanse verzet zijn eigen middelen en mentaliteit kritisch bekijkt: als onenigheid als verraad wordt bestempeld en kritiek als corruptie, zal een nieuwe machtsvorm snel de fouten van zijn voorgangers herhalen. Voor een duurzame democratie is het noodzakelijk om afwijkende meningen te respecteren, instituties op te bouwen en burgers te leren democratisch samen te leven met tegenstanders. Alleen door pluralisme, openheid en verantwoordingsmechanismen te omarmen kan Iran volgens de schrijver voorkomen dat het van de ene autoritaire overheersing in de andere valt.