Opmerkelijke gebeurtenis tijdens hoger beroep Pepijn van Houwelingen: 'We hebben wellicht een unicum vastgelegd'
In dit artikel:
Tijdens het hoger beroep van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen in Den Haag ontstond verwarring over fotograferen en filmen in de zaal. Fotojournalist Markus Kamphuis, geaccrediteerd als rechtbankverslaggever, zegt dat hij vooraf van de persvoorlichting te horen kreeg dat herkenbare beeldregistratie niet was toegestaan (audio wel). Van Houwelingen had schriftelijk juist wél toestemming gegeven. Bovendien zou de rechter bij aanvang eventuele beperkingen toelichten.
Bij de opening vroeg de voorzitter van de zitting direct aan Van Houwelingen of hij bezwaar had tegen herkenbare beeldopnamen; de politicus ontkende dat, waarna de rechter aanstond dat filmen was toegestaan. Toen Kamphuis daarop zijn camera zodanig plaatste dat Van Houwelingen zichtbaar werd, werd hij door een persvoorlichter herhaaldelijk aangesproken en gesommeerd te stoppen. Ook wanneer slechts een deel van de politicus in beeld kwam, werd ingegrepen. Een inhoudelijke verklaring van de persvoorlichter ontbrak, en Kamphuis zegt zich gedwongen te hebben gevoegd naar diens instructies omdat journalisten in de praktijk weinig mogelijkheden hebben om zulke beslissingen direct aan te vechten. “In meer dan honderd rechtszaken heb ik dit nog nooit meegemaakt,” zei hij na afloop in een interview.
Het incident toont een spanningsveld tussen de formele bevoegdheid van de rechter om regels te bepalen en de praktische handhaving door de persvoorlichting. Mogelijke oorzaken zijn volgens betrokkenen miscommunicatie of verschil van interpretatie van de regels, maar er is geen helder antwoord gegeven. Opvallend was dat er geen verslaggevers van de reguliere media aanwezig waren; alleen onafhankelijke pers was aanwezig.
De inhoudelijke zaak tegen Van Houwelingen — hij is in beroep gegaan tegen een voorwaardelijke boete van 450 euro voor een tweet waarin hij een bewerkte foto van ex-ministers Kuipers en Van Gennip plaatste met een hakenkruis — werd voortgezet. De rechtbank kondigde aan op 14 april uitspraak te doen. Het voorval riep vragen op over rolverdeling in de rechtszaal en de grenzen van persvrijheid bij gerechtelijke verslaggeving.