Opinie: Wordt het plakken van extremistische stickers straks strafbaar?
In dit artikel:
Terrorismedeskundige Tanya Mehra waarschuwt dat strafrecht vooral bedoeld is om concrete gedragingen te bestraffen, niet om ideeën te verbieden. Toch lijkt de Tweede Kamer op korte termijn een wetsvoorstel te steunen dat het verheerlijken en verspreiden van terroristische misdrijven en het openlijk betuigen van steun aan organisaties strafbaar stelt — maar alleen voor groepen die op de VN-, EU- of nationale terreurlijsten staan (nu vooral jihadistische groeperingen). De aanpassing van het wetsvoorstel volgt op zorgen over de snelle online verspreiding van terroristische content en radicalisering van jongeren, en op massale reacties tijdens een internetconsultatie.
Het voorstel zou symbolische handelingen zoals het plakken van extremistische stickers of het zwaaien van een vlag van een terroristische organisatie in het openbaar als afzonderlijk delict kunnen aanmerken. Welke groepen precies onder de maatregel vallen is geen politieke weg, maar hangt af van bevoegde instanties; toch is er politieke druk om ook andere groepen, bijvoorbeeld Antifa, op lijsten te krijgen. Dat werpt meteen grensvragen op: geldt het straks ook voor historische of rechts‑extremistische vlaggen die bij protesten verschijnen, zoals de Prinsenvlag?
Rechtspraktisch bestaat al handhavingsruimte: afhankelijk van context kunnen uitingen onder opruiing, haatzaaien, discriminatie of deelname aan een terroristische organisatie vallen. Critici vrezen dat het nieuwe delict het strafrecht ruimtelijker maakt doordat het niet altijd een specifiek oogmerk om terrorisme te bevorderen vereiste, waardoor meer uitingen onder strafrecht vallen. Er wordt gewezen op ervaringen in Frankrijk en het VK, waar brede interpretatie van ‘verheerlijking’ vooral jongeren en socialmediaberichten trof.
Politie, OM en Raad voor de Rechtspraak staan positief, maar vragen heldere definities van ‘verheerlijken’ en ‘steun betuigen’ en een handhavingsbeleid voor online en demonstratie‑situaties; vage normen leiden tot inconsistentie. Inlichtingendiensten (AIVD, NCTV) wijzen op het normaliserende effect van zichtbare extremistische symbolen, maar Mehra betoogt dat maatschappelijke afkeuring niet automatisch het strafrecht rechtvaardigt. Voor jongeren zijn sensatie en groepsdruk vaak de drijfveren; preventie, voorlichting en educatie zijn daarom meestal effectievere middelen dan uitbreiding van het strafrecht. Volgens Mehra moet strafrecht slechts ingrijpen wanneer het tonen van dergelijke symbolen samengaat met concrete strafbare gedragingen.
Vandaag Inside Oranje: Wesley Sneijder: 'Dat is de grootste onzin die ik uit de mond van Valentijn Driessen heb gehoord!'