Opinie: 'Waar zijn de nieuwe Van Eeghens, de superrijken die iets voor Amsterdam terugdoen?'
In dit artikel:
Als ik in het Vondelpark wandel, moet ik volgens hoogleraar psychologie Paul van Lange denken aan Piet van Eeghen: iemand die zijn fortuin gebruikte om de stad iets blijvends te geven. Die gedachte ontstond na het kijken van een vierdelige serie over de geschiedenis van Amsterdam, waarin Van Eeghen als voorbeeld van een dromer én doener naar voren komt — iemand die met geld, visie en daadkracht het park mede mogelijk maakte.
Van Lange zet daar scherp tegenover wat hij ziet bij veel hedendaagse superrijken: opvallende rijkdom die zelden ten goede komt aan het publieke domein. Hij noemt voorbeelden als Elon Musk, wiens gigantische beloningen en politieke invloed volgens hem samenhangen met slechtere steun voor armoedebestrijding. Tegelijk constateert hij dat rijkdom in Amsterdam en Nederland steeds zichtbaarder is — luxeauto’s in de buurt zijn niet meer uitzonderlijk — terwijl de maatschappelijke inzetten van de allerrijksten minder opvallen.
Cijfers schetsen een ongelijk beeld: ongeveer 10 procent van het totale vermogen zit bij 0,1 procent van de mensen. Of al die superrijken iets vergelijkbaars doen als Van Eeghen is lastig vast te stellen. Algemeen valt op dat het aantal gevers in Nederland licht groeit, maar het totale bedrag dat wordt geschonken niet stijgt; het is zelfs licht gedaald. Van Lange noemt enkele uitzonderingen van grote filantropen — internationaal zoals Bill Gates en Michael Bloomberg, en in Nederland namen als Martijn van de Vorm en Frits Goldschmeding — maar suggereert dat zulke grote weldoeners minder talrijk of minder zichtbaar zijn dan vroeger.
Tegelijkertijd is Nederland wél bereid massaal te geven bij acties en inzamelingen (zoals de jaarlijkse aandacht voor Serious Request). Van Lange gebruikt psychologische argumenten om een oproep te doen: superrijken zouden hun giften zichtbaar moeten maken. Door anonimiteit los te laten en grote donaties met naam te verbinden, kunnen zij anderen inspireren om ook te geven; zichtbare bijdragen hebben volgens hem een multiplier-effect op maatschappelijke betrokkenheid.
Kortom: in tijden van groeiende armoede pleit Van Lange ervoor dat de superrijken meer dromen en doen zoals Van Eeghen deed — niet stil en afzijdig, maar zichtbaar investeren in de stad en samenleving.