Opinie: 'Rollators én kinderwagens, scootmobielen én bakfietsen: laat verschillende generaties vaker samen in één gebouw wonen'

zaterdag, 16 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Thomas van Leeuwen, die per toeval op zijn 38ste met zijn partner en jonge dochters in een wooncomplex voor 55-plussers belandde, pleit in dit opiniestuk voor veel meer meergeneratie-woonvormen in Amsterdam. Hij legt uit dat de stad voor een demografische uitdaging staat: het aantal Amsterdammers van 65 jaar en ouder groeit volgens gemeentelijke prognoses van 123.200 (1 januari 2023) naar ongeveer 190.500 in 2050 — een leeftijd die hij zelf dan zal bereiken. De gemeente bouwt daarom flink bij op seniorenhuisvesting; sinds 2025 is het aantal nieuwe seniorenwoningen hoog en recentelijk kondigde Amsterdam een gebouw met 245 woningen voor 55-plussers in Amstel III aan. Ook investeert het kabinet 120 miljoen euro in ouderbouw.

Van Leeuwen vindt die aanpak logisch, maar onvolledig: de neiging om wonen naar leeftijdsgroepen te scheiden zorgt volgens hem voor onnodige fragmentatie. In plaats van ouderen en jongeren in afzonderlijke gebouwen te huisvesten, pleit hij ervoor generaties óp gebouwniveau te mengen. Het directe contact in liften en gemeenschappelijke voorzieningen biedt volgens hem meer kans op dagelijks, wederkerig contact — bijvoorbeeld oppas door een oudere buur of hulp bij digitale apparaten door jongere bewoners — wat kleine, praktische vormen van informele zorg en sociale steun oplevert.

Zijn eigen ervaring ondersteunt dat betoog. Het complex met rond de vijfhonderd senioren bleek verrassend geschikt voor een jong gezin: drempelloze ingangen, automatische deuren, ruime stallingsruimtes en gemeenschappelijke ontmoetingsruimtes bleken ook voor kinderwagens, bakfietsen en verjaardagen nuttig. Integratie ging niet vanzelf — veel ouderen wisten aanvankelijk niet dat er jonge gezinnen woonden — maar met activiteiten zoals een geplande pubquiz groeit de verbinding.

Er bestaan al voorbeelden van geslaagde meergeneratieprojecten, zoals het Rijpenhofje in de Jordaan en Osdorperhof in Nieuw-West, en de gemeente Nijmegen stimuleert expliciet combinaties van studenten, gezinnen en senioren onder één dak. Die projecten tonen voordelen als efficiënter gebruik van gedeelde ruimtes, meer onderlinge waardering en ontlasting van de professionele zorg. Tegenargumenten over uiteenlopende leefstijlen weerlegt Van Leeuwen door te wijzen op vergelijkbare conflicten binnen leeftijdsgroepen en op oplossingen via doordachte architectuur en afspraken.

Politiek en markt laten verantwoordelijkheid vaak op elkaar afschuiven. Van Leeuwen roept de Amsterdamse coalitieonderhandelaars op een keuze te maken: blijven we inzetten op gescheiden woonvormen, of gaan we structureel stimuleren dat generaties elkaar vinden en versterken binnen hetzelfde gebouw? Volgens hem ligt er een groot, nog onbenut potentieel als de stad daar werk van maakt.