Op verschillende plekken in Amsterdam is de bliksem ingeslagen: hoe kan dat?
In dit artikel:
Na het zware onweer in de regio Amsterdam in de nacht van zaterdag op zondag kreeg bliksembeveiliger Sven van Waaijen van Bliksem Belang opvallend veel nieuwe aanvragen. In Landsmeer en De Pijp leidde de inslag tot grote woningbranden, terwijl de Pontsteiger volgens hem wel werd getroffen maar geen schade opliep. Van Waaijen, die eerder al onder meer panden bij de Arena en de NDSM van beveiliging voorzag, legt uit hoe bliksem werkt en waarom sommige gebouwen meer risico lopen dan andere.
Bliksem ontstaat wanneer er een groot spanningsverschil is tussen wolken of tussen wolken en de aarde. De ontlading kiest altijd de weg van de minste weerstand, waardoor hoge gebouwen, masten, bomen en vochtige plekken extra kwetsbaar zijn. Vooral bij een onveilige inslag kan in fracties van een seconde enorme warmte vrijkomen, genoeg om brand te veroorzaken in bijvoorbeeld rieten daken of isolatiemateriaal.
Volgens Van Waaijen is bliksembeveiliging in Nederland niet verplicht, omdat de kans op inslag klein is. Toch kiezen eigenaren van hoge panden, kerken, rieten huizen, ziekenhuizen en zorginstellingen er vaak wel voor vanwege het grotere risico of de mogelijke schade. Beveiliging werkt volgens het principe van de kooi van Faraday: metalen afleiders vangen de inslag op en voeren de stroom via de buitenkant van het gebouw naar de grond af. Daardoor kan bliksem nog steeds inslaan, maar wordt de schade vaak beperkt. Ook interne beveiliging is belangrijk, omdat stroom via kabels of metalen leidingen alsnog schade kan veroorzaken aan installaties en meterkasten.
De Oranjezomer: Wat zijn volgens Henk ten Cate de kansen van Nederland en Marokko om door te gaan?