Op trek met vijf kompassen en een klok
In dit artikel:
In het najaar trekken grote groepen vogels vanuit hun broedgebieden naar het zuiden. Nederland kan daarbij vertrekpunt, tussenstop of overwinteringsgebied zijn. Veel reizigers zijn jonge vogels die voor het eerst vliegen. Sommige soorten, zoals ganzen en zwanen, trekken met hun ouders mee; andere vogels navigeren zelfstandig en moeten de route later zelf terugvinden.
Onderzoek wijst erop dat trekvogels een erfelijk programma meekrijgen voor richting en timing, vergelijkbaar met een interne klok en een kompas. Experimenten met zwartkoppen lieten zien dat jongen een tussenliggende trekrichting kiezen wanneer hun ouders verschillende routes volgen. Vogels gebruiken bovendien meerdere navigatiesystemen tegelijk: de zon in combinatie met hun biologische klok, gepolariseerd zonlicht bij bewolking, sterren zoals de Poolster en het aardmagnetisch veld. Hoe dat magnetische kompas precies werkt, is nog niet volledig opgehelderd; wel is een hersengebied gevonden dat de informatie verwerkt.
Ook herkenbare landschappen, zoals rivieren, meren en kustlijnen, helpen bij de oriëntatie. Onderzoek bij zeevogels toont daarnaast aan dat geur een extra navigatiemiddel kan zijn. Scopoli’s pijlstormvogels en kleine mantelmeeuwen die tijdelijk niet konden ruiken, bereikten wel hun wintergebied, maar kwamen niet op hun gebruikelijke bestemming uit. Zodra hun zintuigen hersteld waren, konden ze veilig terugkeren naar hun Europese broedgebieden.
Vandaag Inside: Gerard Joling ziet Vandaag Inside-bargast langzaam inkakken en grijpt in met rood wijntje