Op pad met de Amsterdamse dierenpolitie in Zuidoost: 'Ongedierte, ontlasting door het hele huis, we hebben het allemaal gezien'
In dit artikel:
Meldpunt 144 kreeg vorig jaar ongeveer 155.000 meldingen over dieren in nood, het hoogste aantal ooit. In Amsterdam behandelen gespecialiseerde politieagenten een deel daarvan. Zij onderzoeken onder meer vermoedens van mishandeling, verwaarlozing, illegale handel, dumpingen en dierengevechten.
Op een middag gaan agenten Mies en Joanne vanuit bureau Bijlmermeer op pad met coördinator Yvonne de Graaf. De Amsterdamse dierenpolitie maakt deel uit van de afdeling Dieren binnen Criminaliteit & Gebiedsgebonden Politie (DCG). Het team werd in 2011 opgericht, verdween enkele jaren later door bezuinigingen en werd in 2017 in Amsterdam opnieuw opgebouwd. In de zeventien basisteams van de stad werken een of twee speciaal opgeleide agenten aan dierenzaken. Mies doet dit werk grotendeels, Joanne combineert het met noodhulp.
Een eerste controle in Bullewijk gaat over een mogelijk verboden schokband bij een hond. Sinds 2022 zijn dergelijke middelen verboden, omdat ze dieren pijn kunnen doen. Niemand doet open. De agenten besluiten later opnieuw langs te gaan: zij proberen meldingen op verschillende momenten te controleren en willen eerst met de bewoners spreken voordat ze een zaak afsluiten.
In de H-buurt reageren een vrouw en haar kind wel op de deur. De melding betreft een hond die in een te kleine bench zou hebben gezeten. Volgens de vrouw is het dier inmiddels weg. De agenten bekijken vervolgens de twee katten in de woning. Met een chipreader stellen ze vast dat geen van beide dieren gechipt is. De vaccinatiegegevens blijken in orde, maar een van de katten is aan de magere kant en de kattenbak heeft onderhoud nodig. De situatie geeft uiteindelijk geen aanleiding tot ingrijpen. De agenten adviseren de vrouw vooral beter op de voeding van de kat te letten.
De ontmoeting laat ook zien dat de dierenpolitie niet uitsluitend handhaaft. Agenten geven regelmatig uitleg over verzorging en verwijzen mensen door naar hulp. De vrouw vertelt zelf over ernstige overlast in haar buurt en zegt dat zij een melding heeft gedaan over familieleden met meerdere dieren in een onleefbare woning.
Volgens Joanne komen zij geregeld terecht in woningen met zware vervuiling, ongedierte, afval en dieren die ernstig lijden. Soms wachten eigenaren te lang met medische hulp of euthanasie. Mies en haar collega’s proberen daarom ook te begrijpen welke problemen achter de situatie zitten. Dat kunnen bijvoorbeeld trauma’s, beperkingen of een gebrek aan kennis zijn. Waar nodig werken zij samen met wijkagenten, het Leger des Heils en de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn.
De Graaf spreekt in dit verband van multiproblematiek. Dierenleed gaat volgens haar geregeld samen met bijvoorbeeld huiselijk geweld, verslaving of problemen met kinderen. Een melding over dieren kan aanleiding zijn om ook de veiligheid en leefomstandigheden van mensen in een gezin te bekijken. Andersom letten politiemensen bij andere incidenten op de aanwezigheid en toestand van dieren. De aanpak is niet altijd succesvol: een vermoeden van mishandeling is moeilijk te bewijzen wanneer een dier niet kan aangeven wat er is gebeurd. Mies noemt de agenten daarom de stem van dieren.
Ook de volgende meldingen leveren weinig op. In Venserpolder blijken de vermeend blaffende honden niet aanwezig; de bewoner heeft helemaal geen huisdier. Bij een controle van drie honden die als vechthonden waren gemeld, blijkt de situatie minder ernstig dan gevreesd. Twee woningen kunnen niet worden gecontroleerd omdat niemand opendoet. De agenten leggen alle bezoeken daarna nauwkeurig vast, vooral wanneer zij een woning zijn binnengegaan.
Veel meldingen komen via 144 binnen, maar ook politiemedewerkers slaan alarm wanneer zij tijdens hun werk iets verdachts zien. In de zomer stijgt het aantal meldingen, omdat mensen vaker buiten zijn en meer waarnemen. Rond vakanties worden bovendien vaker dieren achtergelaten. De agenten waarschuwen dat mensen geregeld een huisdier kiezen op uiterlijk of populariteit, zonder zich voldoende te verdiepen in rasgebonden gezondheidsproblemen, verzorging en kosten.
De prioriteit van de DCG ligt echter bij ernstige zaken, zoals mishandeling, zware verwaarlozing, dumpingen en puppyhandel. De Graaf noemt ook een Amsterdamse zaak waarin een kitten werd mishandeld. Daarbij werd onderzocht of psychische problemen een rol speelden en of verdere escalatie kon worden voorkomen. De werkdag eindigt pas na enkele uren administratie. Mies, die allergisch is voor dieren, heeft die dag ondanks haar oog- en neusdruppels geen klachten gehad.
De Oranjezomer: Moet Xavi bellen met Memphis Depay? 'Hij moet hem afbellen!'