Op Oostenburg, in Amsterdam-Centrum, lijken de woonblokken elkaar te verdringen: de wijk is zo dichtbebouwd als een moderne Jordaan (maar dan minder gezellig)
In dit artikel:
Oostenburg, de nieuwe woonwijk op het voormalige Werkspoorterrein in Amsterdam, is op enkele kavels na klaar. De buurt combineert uiteenlopende architectuur met hoge woningdichtheid, maar mist voorlopig openbare levendigheid en een sterke middenstand.
Een opvallend gebouw is het Liesbeth List Huis aan het Tonia Stieltjesplein. De woonvoorziening, begin juni geopend door de dochter van de zangeres, biedt plaats aan oudere, chronisch zieke en dementerende kunstenaars. Het ontwerp van bureau Maken verwijst met een metalen gevel en zaagtanddak naar het industriële verleden van Oostenburg. Een sociëteit, een medische post, een inloopcafé en een beschutte tuin ondersteunen het gemeenschappelijke karakter. Vooral de voorzieningen op straatniveau zorgen voor activiteit, al wordt de architectuur zelf als streng en weinig uitnodigend ervaren.
Ook het nog niet opgeleverde complex De Oosterlingen moet bijdragen aan de identiteit van de wijk. Ontwikkelaar Being en MVRDV bouwen zeven verbonden blokken met verschillende materialen, waaronder hergebruikt hout, biobased leien, gestampte aarde, baksteen en keramiek. Het oorspronkelijke tenderontwerp voorzag in een glazen, groene toren, maar technische en financiële voorwaarden leidden tot een rode keramische variant. Volgens Being gebeurde dat in overleg met de gemeente, al roept de wijziging vragen op omdat het uiteindelijke beeld sterk afwijkt van het voorstel waarop de opdracht werd gegund.
De nadruk ligt bij De Oosterlingen vooral op duurzaamheid en buitenruimtes, zoals balkons, terrassen en patio- en daktuinen. Door de compacte bouw en de naar binnen gerichte opzet blijft het echter lastig om op straatniveau winkels en andere voorzieningen levensvatbaar te maken.
De voormalige Werkspoorhal biedt met Big Gym voorlopig een van de weinige grote publieksfuncties. Na eerdere plannen voor een markthal en padelbanen is gekozen voor een sportschool, die volgens de exploitant tot de grootste van Nederland behoort. Het industriële interieur, met onder meer oude kolommen en leidingen, herinnert aan de vroegere assemblage van locomotieven. De donkere, uitgestrekte inrichting maakt contact tussen bezoekers volgens de beoordeling juist moeilijk. Wel zijn buurtbewoners verlost van mogelijke geluidsoverlast door padel.
Na de zomer moeten de Van Gendthallen openen met een restaurant, een museum van ontwerperscollectief Drift en werkplekken voor start-ups. Die functies kunnen de ontbrekende levendigheid in Oostenburg alsnog versterken.
Vandaag Inside: Johan Derksen enthousiast over programma Dave Maasland: 'Kan moeilijke zaken begrijpelijk uitleggen'