Op Israëlische scholen worden democratie en mensenrechten niet meer onderwezen en is 'Palestijnen' een verboden onderwerp
In dit artikel:
Bij de Israëlische parlementsverkiezingen van 27 oktober gaan ongeveer 640.000 jongeren van 18 tot 21 jaar voor het eerst stemmen. Zij vormen circa tien procent van het electoraat en zouden, omgerekend, invloed kunnen hebben op ongeveer zeventien zetels in de Knesset. Volgens een peiling van Midgam uit februari noemt 75 procent van deze eerste kiezers zichzelf rechts of extreemrechts. Hoewel veel jongeren weinig vertrouwen hebben in politieke partijen, zien zij de verkiezingen als cruciaal voor de nationale veiligheid en het voortbestaan van Israël.
De auteur verbindt deze politieke voorkeuren vooral aan de manier waarop Israëlische jongeren worden opgevoed. Op veel scholen wordt vanaf jonge leeftijd een nationaal-zionistisch verhaal onderwezen, met nadruk op de joodse geschiedenis, de Holocaust, het historische thuisland, de noodzaak van een joodse staat en militaire dienst. Angst voor vijanden en persoonlijke veiligheid speelt daarbij een grote rol. Ook economische onzekerheid en sociale media versterken volgens het artikel de aantrekkingskracht van rechtse en populistische partijen, maar het vijftienjarige verplichte onderwijs heeft de diepste invloed.
De achttienjarige Moran, die binnenkort inlichtingen- en vertaaldienst 8200 gaat dienen, geldt als voorbeeld. Zij ziet militaire dienst als vanzelfsprekende plicht en vindt dat iedere Israëliër zijn land moet verdedigen. De mogelijkheid van dienstweigering of alternatieve dienst is bij haar nauwelijks opgekomen. Over de bezetting en het burgerleed in Gaza, Libanon en op de Westelijke Jordaanoever zegt zij dat oorlog en bezetting nodig zijn voor de veiligheid. Zij kent vooral het perspectief van Israël als voortdurend bedreigd land en overweegt bij de verkiezingen op de nationaal-rechtse politicus Naftali Bennett te stemmen.
Onderwijshistoricus Aner Ben-Amos stelt dat het nationalistische zionisme structureel in het onderwijssysteem is verankerd. In het geschiedeniscurriculum gaat volgens zijn onderzoek 85 procent van de onderwerpen over joden en het zionisme; niet-joodse perspectieven krijgen slechts beperkte ruimte. Palestijnen worden in Israëlisch-joodse schoolboeken volgens hem nauwelijks als volk met een eigen geschiedenis en politieke identiteit behandeld. De Nakba, de Palestijnse verdrijving en vluchtelingenkwestie van 1948, en de bezetting sinds 1967 zouden vaak onbesproken blijven. Lesmateriaal dat meer empathie voor Palestijnen toont, kan worden gecensureerd of verboden.
Ben-Amos noemt dit ‘interpretatieve ontkenning’: nederzettingen en de ondergeschikte positie van Palestijnen worden als vanzelfsprekend voorgesteld, zonder dat leerlingen de politieke of morele gevolgen ervan onderzoeken. Op kaarten verdwijnt volgens hem vaak de scheidslijn tussen Israël en de bezette gebieden; het hele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan wordt dan als Israël weergegeven. In het vak burgerschapskunde is volgens hem de nadruk verschoven van mensenrechten en liberale democratie naar joodse identiteit. Verplichte lessen over joodse traditie en erfgoed zouden de exclusieve historische aanspraak op het land versterken.
Het onderwijs is bovendien verdeeld over verschillende sectoren: seculiere staatsscholen, religieus-nationalistische scholen, Arabische scholen en charedische, ofwel ultraorthodoxe, instellingen. Vooral de seculiere staatsscholen worden volgens Ben-Amos sterk door de overheid gestuurd. Rechtse en religieus-nationalistische ministers van Onderwijs zouden het curriculum hebben ingericht rond nationale trots, opoffering, loyaliteit aan het volk, militaire paraatheid en de afwijzing van een leven in de diaspora. Kinderen worden al jong voorbereid op dienstplicht. Legerfunctionarissen geven lessen, scholen worden mede beoordeeld op het aantal leerlingen dat in dienst gaat en Arabisch wordt vooral als formele taal onderwezen, mede met het oog op militaire inlichtingenfuncties.
Ook buiten de lessen wordt dezelfde boodschap verspreid. Staatskampen, jeugdbewegingen, schoolreisjes en activiteiten rond archeologie, de Holocaust en religieuze plaatsen leggen verbanden tussen joodse geschiedenis, slachtofferschap, nationale eenheid en militaire kracht. Volgens Ben-Amos werkt dit informele onderwijs bijzonder sterk omdat het emoties aanspreekt. De Holocaust wordt gebruikt als bewijs dat joden alleen veilig zijn wanneer zij over een sterk eigen leger beschikken. De auteur beschrijft daarnaast hoe joodse jeugdorganisaties in Europa, Noord-Amerika en Australië loyaliteit aan Israël stimuleren en jongeren soms richting emigratie naar Israël of vrijwilligerswerk in het leger begeleiden.
Kritische leraren zouden steeds minder ruimte krijgen. Ouders kunnen docenten aangeven wanneer zij de Nakba of Palestijnse ervaringen in de klas behandelen. Het ministerie zou sociale media van leraren controleren, waardoor zelfcensuur ontstaat. Geschiedenis- en burgerschapsdocent Meir Baruchin vertelt dat hij na 7 oktober 2023 foto’s en verhalen van omgekomen of gewonde Gazaanse burgers aan leerlingen liet zien. Hij werd ontslagen, zijn onderwijslicentie werd ingetrokken en hij werd verhoord op verdenking van onder meer hoogverraad. Een rechtbank sprak hem later vrij en herstelde hem in zijn functie, maar hij werd vervolgens door leerlingen en ouders lastiggevallen. Uiteindelijk mocht hij na juridische procedures terugkeren voor de klas; volgens hem durfden slechts enkele collega’s openlijk steun te betuigen.
Baruchin probeert leerlingen juist met verschillende perspectieven te confronteren. Hij bespreekt de komst van de zionistische beweging, de oprichting van Israël, de Palestijnse verdrijving en de verdelingsresolutie van de Verenigde Naties uit 1947. Leerlingen hoeven het niet met hem eens te zijn, maar moeten volgens hem leren om vragen te stellen en een democratische dialoog te voeren. Zijn eigen kritische ontwikkeling kwam pas na jaren van studie, toen hij vraagtekens zette bij de vele verlaten Arabische huizen en het gangbare verhaal dat Palestijnen vrijwillig waren vertrokken.
Volgens Baruchin worden jongeren inmiddels gevormd door een dagelijks leven waarin geweld en oorlog normaal lijken. Hij liet leerlingen dagboeken bijhouden over hun ervaringen en was geschokt door de hoeveelheid geweldsmomenten die zij als vanzelfsprekend bleken te beschouwen. Die ervaringen nemen zij volgens hem mee wanneer zij het leger ingaan. Hij pleit daarom voor onderwijs dat ook Palestijns leed, de Nakba en democratische waarden behandelt en dat een gedeelde toekomst voor joden en Palestijnen denkbaar maakt.
De centrale conclusie van het artikel is dat Israëls jonge generatie opgroeit in een omgeving waarin nationalisme, zionisme, angst en militaire logica elkaar voortdurend versterken. Omdat Palestijnse perspectieven grotendeels ontbreken en kritische stemmen onder druk staan, dreigt volgens de geïnterviewde deskundigen een verdere verharding van het politieke klimaat. De eerste kiezers van 27 oktober kunnen daardoor niet alleen een belangrijke electorale factor worden, maar ook de gevolgen zichtbaar maken van een onderwijssysteem dat al vanaf de kleuterschool nationale loyaliteit en militaire verdediging centraal stelt.
Vandaag Inside: Johan Derksen prijst Men's Health-cover Gordon: 'Hij heeft doorzettingsvermogen getoond!'