Op een filmfestival zonder Hollywoodsterren blijft een politieke rel lang nasmeulen, bewijst de Berlinale

vrijdag, 20 februari 2026 (13:02) - Het Parool

In dit artikel:

Juist omdat de organisatie van de Berlinale krampachtig probeerde politiek buiten te houden, werd politiek het centrale onderwerp van het festival zelf. Tijdens de 76ste editie in Berlijn, die maandag begon en zaterdagavond met prijzen wordt afgesloten, klaagden veel filmprofessionals ook over het gebrek aan sterren: A-festivals leven voor een groot deel van grote namen en glans, maar die waren dit jaar schaars. Amy Adams zegde last-minute af; Amanda Seyfried was er wel, maar haar film had al een halfjaar eerder in Venetië gedraaid, wat het gevoel versterkte dat Berlijn vooral restmateriaal van Venetië en Cannes presenteert.

Op de openingspersconferentie maakte juryvoorzitter Wim Wenders de opmerking dat makers zich niet de rol van politici moeten toe-eigenen en dat film geen politiek is. Die uitspraak werd breed opgevat als: films moeten apolitiek blijven. Dat stuwde een debat op dat al langer rond de Berlinale speelt: de festivalleiding onder directeur Tricia Tuttle wilde afstand nemen van politieke statements, maar juist die stilte – vooral over de oorlog en de humanitaire ramp in Gaza – leidde tot felle kritiek. De Berlinale had zich na de Russische inval in Oekraïne helder uitgesproken, maar rond Gaza bleef het opvallend stil, iets wat in Duitsland extra gevoelig ligt gezien de sterke verankering van het bestaansrecht van Israël in het publieke debat.

Het conflict rond politiek en kunst beïnvloedde niet alleen beleidsdebatten maar ook de beoordeling van individuele makers en acteurs; wie zich publiekelijk uitlaat of zwijgt, wordt extra kritisch bekeken. Voor de jury die de prijzen uitreikt dreigt het kiezen van winnaars bijna een politieke zet te worden: willen ze expliciet politiek belonen of controversie juist vermijden?

Content-wise waren expliciet politiek geladen films schaars in de hoofdcompetitie, maar veel titels tonen alsnog politieke kwesties op subtiele manieren. Voorbeelden: Queen at Sea van Lance Hammer, een krachtig familie- en zorgdrama met Juliette Binoche waarin thema’s als falende gezondheidszorg, bureaucratie en het taboe rond seksualiteit op oudere leeftijd impliciet een politiek systeem blootleggen. En Gelbe Briefe van de Turks-Duitse regisseur Ilker Çatak, over Turkse theatermakers die door hun kritische werk worden getroffen — een film die Çatak bewust in Berlijn en Hamburg draaide en die waarschuwt voor autoritaire tendensen, zowel in Turkije als breder wereldwijd. Dat laatste project illustreert precies de kern van het Berlinale-dilemma: kunst kan niet volledig losstaan van de politieke context waarbinnen ze ontstaat en wordt vertoond.