Op die nieuwe school heetten alle meisjes Anita, Yolanda of Monique, en ze droegen allemaal zo'n broek
In dit artikel:
Rond 1980, als veertien- of vijftienjarige werd columniste Sylvia Witteman van haar kleine Haarlemse gymnasium overgeplaatst naar een grote scholengemeenschap aan de rand van de stad. Daar droegen vrijwel alle meisjes pastelroze broeken met ritsjes onderaan de pijpen; zij voelde zich er een buitenstaander met haar ruwe spijkerbroek en bril. Een dominante klasgenoot, bijgenaamd Yolanda 1, nam haar onder haar hoede: ze gaf haar een sigaret, beschermde haar in het groepje en maakte haar onderdeel van de groep.
Sylvia wilde wanhopig ook zo’n broek. Haar moeder gaf een eigen pastelroze broek zonder ritsjes; Yolanda nam haar mee naar de Hema om ritsjes te kopen en haar moeder zette ze met de naaimachine aan—binnen rook het naar hutspot en mentholsigaretten. Met de nieuwgevormde ritsen voelde Sylvia zich even veilig en geaccepteerd.
Die periode duurde iets meer dan een jaar. Toen verdween Yolanda plotseling van school: ze zou zwanger zijn, snel getrouwd en verhuisd zijn naar een flatje in Zwanenburg. Sylvia zag haar nooit meer terug. Het verhaal is een kleine, herkenbare anekdote over jongerengroepen, kleding als toegangspas tot sociale acceptatie en de vluchtigheid van adolescentenvriendschappen.