Op deze EK nam geen enkele Nederlandse atleet genoegen met slechts meedoen. 'We hebben een team dat wil winnen'
In dit artikel:
Nederland sloot zondagavond in Birmingham het EK atletiek af met een recordoogst van veertien medailles, waaronder vijf gouden. Daarmee eindigde de ploeg als vierde op de medaillespiegel, achter Italië, Groot-Brittannië en Duitsland. Op vijf van de zeven avonden stond een Nederlandse atleet of team op het podium. De vrouwen wonnen de 4×400 meter, terwijl de mannen op dat onderdeel brons behaalden.
De resultaten bevestigen een sterke ontwikkeling die al meerdere grote toernooien zichtbaar is. Na vijf medailles op het WK van 2023, twaalf op het EK van 2024 en zes op het WK van 2025 presteerde Nederland in Birmingham opnieuw beter dan ooit. De opbouw van een professionele topsportcultuur, met Papendal als belangrijk centrum, betere begeleiding en buitenlandse topcoaches, speelt daarin een grote rol. Hoofdcoach Laurent Meuwly, die sinds 2018 bij de Atletiekunie werkt, geldt als een belangrijke aanjager van die ontwikkeling.
Tegelijkertijd blijkt het succes niet alleen uit Papendal voort te komen. Kampioenen als discuswerpster Jorinde van Klinken, 1.500 meter-loper Stefan Nillessen en hordeloopster Nadine Visser werken met verschillende coaches en locaties. Volgens de Atletiekunie hebben betere communicatie en ondersteuning het nationale niveau in de volle breedte verhoogd. Visser, die eerder vaak met blessures kampte, won op 31-jarige leeftijd haar eerste Europese titel op de 100 meter horden.
Het EK was ook een belangrijke graadmeter voor de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Meuwly ziet veel potentie bij onder anderen Jessica Schilder, Van Klinken, Femke Broeders-Bol, de estafetteteams en de meerkampsters Emma Oosterwegel en Sofie Dokter. Wel waarschuwt hij dat Europese medailles geen garantie bieden voor succes op wereldniveau, waar sterke Amerikaanse en Afrikaanse concurrenten ontbreken. Vooral het grote aantal blessures, met name bij sprinters, baart zorgen en moet de komende jaren worden onderzocht. Ondanks die aandachtspunten ziet Meuwly de toekomst positief: de Nederlandse atleten willen niet langer alleen deelnemen, maar finales halen en winnen.
De Oranjezomer: Chris Woerts verwacht niet veel van Marco van Basten-serie BASTA: 'Net groeiend gras, zó saai!'