Op de ooit Deense Maagdeneilanden kennen ze het Groenland-gevoel
In dit artikel:
De historische aankoop van de Deense Maagdeneilanden in 1917 verbindt verrassend Groenland met de huidige discussie rond Donald Trumps belangstelling voor Groenland: de Verenigde Staten betaalden destijds 25 miljoen dollar in goud aan Denemarken en eisten daarvoor dat Amerika zijn claims op Groenland staakte. Daarmee wisselden de bewoners van de US Virgin Islands (USVI) praktisch van eigenaar zonder echte politieke zeggenschap: ze werden Amerikaans verkeerend, maar bleven politiek gemarginaliseerd. Die episode staat nu opnieuw in de belangstelling omdat Trumps plannen om Groenland “te kopen” het oude verdrag op losse schroeven kunnen zetten — en daardoor ook vragen oproepen over de rechtspositie en het zelfbestuur van de USVI.
De feiten uit 1917: de aankoop was gedreven door strategische belangen — de eilanden liggen op de route naar het net geopende Panamakanaal en tijdens de Eerste Wereldoorlog vreesden de VS Duitse inmenging. Denemarken accepteerde de betaling en kreeg als voorwaarde Amerikaanse terughoudendheid ten aanzien van Groenland. In de praktijk betekende de overdracht voor de bewoners van de Maagdeneilanden weinig verbeterd zelfbestuur; de USVI staat nog altijd op de VN-lijst van niet-zelfbesturende gebieden. Inwoners mogen niet mee stemmen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, ze kiezen wel een afgevaardigde naar het Congres maar die heeft geen stemrecht, en pogingen om een eigen grondwet in te voeren strandden herhaaldelijk.
Persoonlijke verhalen illustreren de menselijke kant van die koloniale beleidslijnen. Het verhaal van Minik, een Inuit-kind dat in 1897 naar New York werd gehaald en daar jarenlang als publiek curiosum leefde, en van Victor Cornelins, een jongen uit Saint Croix die als exhibitieobject in Kopenhagen belandde, toont hoe mensen letterlijk werden verhandeld of getransformeerd binnen koloniale systemen. Beide mannen maakten later bewuste keuzes over nationaliteit, maar waren uitzonderingen; de grote meerderheid onderging beslissingen waar zij niets over te zeggen hadden.
De vergelijking met Groenland reikt verder dan diplomatieke documenten. Kunstenares La Vaughn Belle uit Saint Croix herkent in Nuuk en op de Maagdeneilanden dezelfde tekenen van koloniale herinnering: beelden van koloniale missionarissen, ruïnes van plantages en plaatsnamen in het Deens. Die materiële en symbolische sporen — van standbeelden tot het gebruik van taal — onderstrepen een gedeelde geschiedenis van uitbuiting en uitsluiting. Activisten als Shelley Moorhead wijzen erop dat het verdrag van 1917 niet alleen land ruilde, maar ook mensenrechten schond en dat de USVI nog steeds de prijs betaalt: economische opbrengsten vloeiden lang naar buitenlandse bezitters (zoals de West Indian Company), en pas in 1993 kochten de eilanders hun eigen haven terug voor 54 miljoen dollar.
Recente Deense praktijken en excuses illustreren dat het koloniale beleid doorwerkte tot in de late twintigste en eenentwintigste eeuw. In Groenland werden jarenlang onvrijwillige sterilisaties toegepast en werd een ‘ouderschapscompetentietest’ gebruikt om kinderen bij Deense adoptieouders te plaatsen; die toets werd pas in mei 2025 verboden na protesten. Voor het experiment waarbij Inuit-kinderen in 1951 naar Denemarken werden gebracht („Little Danes”) gaf de Deense premier in 2020 officiële excuses. De USVI hebben zulke openlijke excuses nog niet ontvangen.
De recente ophef over Groenland — Trumps herhaalde opmerkingen vanaf 2025 en de internationale reactie daarop — voedde op de eilanden zowel angst als activisme. Militaire aanwezigheid, zoals vliegdekschepen en onderzeeërs die soms in de buurt lagen, roept herinneringen op aan buitenstaanders die het eilandleven bepalen; bewoners koppelen dat zelfs aan lokale incidenten zoals een zeldzame haai-aanval die sommigen relateren aan opjagen van vis door marineschepen. Tegelijkertijd gebruiken jongeren sociale media om het verhaal te vertellen en druk te bouwen voor veranderingen in rechten en erkenning.
Politiek en moreel debate draait nu om meerdere vragen: wat gebeurt er met verdragen als grootmachten ze terzijde schuiven; kunnen de USVI aanspraak maken op herijking van hun status als het 1917-akkoord anders wordt geïnterpreteerd; en in hoeverre biedt de Groenland-crisis nieuwe kansen voor reparatie, zelfbestuur of tenminste erkenning? Juridische experts menen dat het verdrag formeel nog steeds geldt, maar politieke wil en macht kunnen de praktijk veranderen — iets waar Trump en vergelijkbare leiders geen hoge pet van trekken.
Op de eilanden zelf is de mening verdeeld over onafhankelijkheid: velen koesteren het voordeel van Amerikaans staatsburgerschap en praktische banden met de VS, terwijl anderen pleiten voor steviger zelfbeschikking en een eigen grondwet als realistische eerste stappen. Cultureel bewustzijn groeit: de gouverneur droeg recentelijk niet langer de ceremoniële ketting met de vlaggen van koloniale mogendheden en er is hernieuwde aandacht voor vergeten hoofdstukken — zoals de vroegmoderne Nederlandse en Zeeuwse rol in de slavenhandel en de creoolse taal die daaruit voortkwam.
Concluderend: de echo van 1917 toont hoe landpolitiek, militaire strategie en menselijke rechten met elkaar verstrengeld zijn. De actualiteit rond Groenland heeft die oude knot opnieuw aangesneden en biedt activisten op de USVI een mogelijkheid om aandacht te vragen voor langlopende onrechtvaardigheden — of het internationaal debat daar nu toe leidt, hangt af van geopolitieke keuzes, juridische implicaties van verdragen en de politieke kracht van degenen die al meer dan een eeuw “onderdaan noch burger” leven.