China laat geen traan om Iran, oorlog Midden-Oosten raakt ze nauwelijks
In dit artikel:
China komt er relatief goed vanaf na de Amerikaanse en Israëlische aanval op Iran, stellen RTL-correspondent Roland Smid en beurscommentator Durk Veenstra. Door zware investeringen in waterkracht, kernenergie, zonne- en windenergie en een omvangrijke oliestapel is Peking minder afhankelijk van olie uit de Golfregio; bij volledig wegvallen van invoer zou China volgens Smid ongeveer vier maanden kunnen doordraaien op zijn reserves.
Politiek reageert China scherp: staatstelevisie bestempelt de VS als de grote boosdoener en spotcartoons ridiculiseren president Trump en Uncle Sam. Toch betekent dat geen militaire steun aan Iran. Smid benadrukt dat China zich doorgaans niet militair mengt in conflicten buiten zijn directe belangen en dat het, afgezien van een oud verbond met Noord-Korea, geen militaire loyaliteiten heeft richting Teheran. Handel blijft de leidraad: economische betrekkingen wegen zwaarder dan regime-sympathie.
Tegelijk importeert China nog steeds olie uit de Golf; veel van Iran’s olie gaat naar Chinese havens via de Straat van Hormuz, waardoor Iran inkomsten behoudt ondanks de oorlog. Wel voelt China economische effecten: benzine en diesel zijn flink duurder geworden en productiekosten stijgen doordat veel Chinese fabrieken nog op gas draaien en transport op diesel. De overheid probeert prijzen te reguleren (er wordt volgens het artikel om de tien dagen een prijsplafond vastgesteld), en het officiële discours dirigeert publieke ontevredenheid richting “het grote boze Amerika” in plaats van binnenlands falen.