„Oorlog in Iran bedreigt toekomst van Chinese private raffinaderijen"

maandag, 20 april 2026 (22:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Kleine, particuliere raffinaderijen aan China’s oostkust — bijgenaamd theepotraffinaderijen — bouwden de afgelopen jaren een winstmodel rond goedkope Iraanse olie. Sinds 2018 leveren de sancties van de VS tegen Iran grote kortingen op Iraanse ruwe olie, en staatsbedrijven zoals Sinopec en PetroChina durfden dat gesanctioneerde product niet te betrekken. De onafhankelijke raffinaderijen in de provincie Shandong, die in 2015 de toestemming kregen zelf crude te importeren, sprongen in dat gat en verwerkten de olie tot betaalbare benzine en diesel voor de binnenlandse markt.

In maart steeg de Chinese invoer van Iraanse olie licht naar circa 1,6 miljoen vaten per dag (tegen 1,4 miljoen vorig jaar). De aanvoer komt veelal via schaduwvloten en tussenhandelaren die olietankers door de Straat van Hormuz laten varen; de smokkeltocht kan twee à drie maanden duren, waardoor recente politieke incidenten niet meteen in de cijfers zichtbaar zijn. Databedrijf Kpler verwacht ook voor april geen grote verandering.

Toch staan deze raffinaderijen onder druk. Sinds het recente conflict zijn olieprijzen bijna verdubbeld (van ongeveer 60 naar bijna 120 dollar per vat) en de kortingen op Iraanse olie kelderden van ongeveer 11 naar 2 dollar per vat. Voor de margegevoelige private raffinaderijen — die juist concurreerden met staatsbedrijven via lage prijzen — is dat funest. Shandong-raffinaderijen vertegenwoordigen ongeveer een kwart van China’s raffinagecapaciteit, wat Peking ertoe bracht hen te verplichten de productie op het niveau van vorig jaar te houden.

Of de overheid financieel zal bijspringen is onduidelijk en zelfs steun biedt geen garantie op lange termijn. Als sancties na een oorlog zouden vervallen, kan Iran stoppen met kortinggeven; eerder viel ook al Venezolaanse olie weg toen de VS sancties aanpasten. Bovendien vormt de opkomst van nieuwe energietechnologieën een structureel risico voor de vraag naar olie. Tegelijk leidt de prijsvlucht tot praktische problemen, zoals meer diefstal en sabotage van pijpleidingen, waarbij technici de controles moeten aanscherpen.