Oorlog in het Midden-Oosten baart bedrijven zorgen maar biedt ook kansen
In dit artikel:
De oorlog in het Midden-Oosten raakt Nederlandse bedrijven op meerdere fronten: stijgende energieprijzen drukken marges, handelsstromen stagneren en het vertrouwen van consumenten daalt, terwijl enkele bedrijven juist nieuwe opdrachten binnenhalen.
Het meest acute probleem is de afsluiting van de Straat van Hormuz door Iran, waardoor ongeveer honderd Nederlandse schepen vastzitten in de Perzische Golf. Een kortstondig tweeweekse wapenstilstand tussen de VS en Iran leidde even tot hoop op hervatting van olie- en gasexporten en een daling van de energieprijzen, maar die opluchting verdween toen de blokkade weer van kracht werd. Rederijen bereiden schepen voor op vertrek, maar de situatie blijft onzeker en kwetsbaar, volgens de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Rederijen (KVNR).
Hoge brandstofprijzen treffen sectoren als transport hard: brandstof vormt 20–25% van de transportkosten. Transporteurs hebben vaak brandstofclausules om prijsstijgingen door te berekenen, maar moeten die kosten vooraf dragen en kunnen niet altijd het volledige extra bedrag verhalen. Voor het Nederlandse handelsverkeer is de Golf economisch belangrijk: volgens De Nederlandsche Bank ging voor circa 47 miljard euro aan goederen (voornamelijk voedsel en medicijnen) naar het Midden-Oosten en kwam voor circa 21 miljard euro aan invoer terug, vooral ruwe olie en brandstoffen. Zolang zeescheepvaart richting de Golf geblokkeerd blijft, blijven deze handelsstromen verstoord.
De chemiesector voelt zowel pijn als kansen. Hoge energie- en grondstofprijzen en beperkte beschikbaarheid van bepaalde inputs drukken op producenten, maar de verminderde Chinese export richting Europa — omdat China meer op binnenlandse afzet focust — creëert ruimte voor Europese chemiebedrijven. Tegelijk kunnen tekorten aan olie, gas, kunstmest en aluminium niet snel worden opgelost; veel productiecapaciteit in de Golfstaten is vernietigd en herstel kan jaren duren. Dat levert opdrachten op voor Nederlandse bedrijven zoals Van Leeuwen Buizen, dat orders uit Saoedi-Arabië ontving voor reparatie van olie-infrastructuur.
Voor het mkb is de pijn merkbaar: een onderzoek van Exact onder 1.700 bedrijven toont dat een kwart de hogere energiekosten nauwelijks kan doorberekenen; bouw, industrie en handel hebben de meeste moeite. Een op de tien verwacht omzetverlies door doorberekening, en 8% vreest bedrijfseconomische bedreigingen — een stijging ten opzichte van vorig jaar. Ook exporteurs als FrieslandCampina zien leveringen naar het Midden-Oosten deels wegvallen en zoeken naar alternatieve routes.
Consumenten geven al twee maanden op rij minder uit, maar er is ook een lichtpunt: een lagere gasprijs kan verlichting brengen bij het vernieuwen van energiecontracten. De ACM rekende eerder voor dat een gemiddeld huishouden sinds april zo’n 400 euro per jaar extra aan energie kwijt is; dalende gasprijzen zouden dat deel kunnen verminderen.