Ook ratingbureau S&P verlaagt kredietscore van België, premier wil vertrouwen van internationale markten herstellen
In dit artikel:
Standard & Poor’s heeft de kredietrating van België verlaagd van AA naar AA-. Die beslissing volgt op een eerdere verlaging door Moody’s en wordt door S&P toegeschreven aan aanhoudende budgettaire onevenwichten: de genomen en geplande maatregelen van de federale regering zijn volgens het bureau onvoldoende om de schuldenlast te beteugelen. Het netto-overheidstekort blijft te hoog en de netto-overheidsschuld wordt verwacht te stijgen tot circa 109% van het bbp tegen 2029. Ook geopolitieke spanningen en de daarmee samenhangende economische druk wegen mee.
Ratingbureaus als S&P, Moody’s en Fitch schatten de kredietwaardigheid van landen en bedrijven in door te kijken naar factoren zoals economische groei, totale schuld, begrotingsbeleid en beleidsplannen. Hun scores lopen van AAA (hoogst) tot D (laagst) en beïnvloeden de rente die een overheid op de kapitaalmarkt moet betalen.
S&P benadrukt tegelijk dat België nog steeds over structurele sterktes en een degelijk institutioneel kader beschikt; daarom handhaaft het een stabiele vooruitzichtsindicatie. De verlaging kan echter betekenen dat België in de toekomst hogere rentevoeten moet accepteren bij het herfinancieren van staatsschulden, wat de fiscale speelruimte verder beperkt.
Premier Bart De Wever reageert niet verrast en wijst erop dat na vorige verlagingen door Fitch en Moody’s een stap van S&P logisch is. Hij zegt dat de ratingbureaus de inspanningen van de nieuwe regering erkennen maar die als onvoldoende zien om eerdere beleidsachterstanden weg te werken. Volgens De Wever moet de politieke prioriteit nu liggen bij het herstel van het vertrouwen van internationale markten.
Kort samengevat: de S&P-downgrade onderstreept zorgen over België’s begrotingspositie en kan leiden tot hogere financieringskosten, terwijl het land tegelijk nog steeds over fundamentele sterke punten beschikt.