Ook oppositie heeft rol in slagen van minderheidskabinet

zaterdag, 2 mei 2026 (10:34) - Trouw

In dit artikel:

Historicus en jurist Corné Smit betoogt dat het nieuwe minderheidskabinet alleen kans van slagen heeft wanneer het eerst met de oppositie goede afspraken maakt over hoe ze willen samenwerken — niet door bij elk wetsvoorstel opnieuw achteraf steun te zoeken. Het bekende advies van informateur Letschert om veel met tegenstanders te praten en het beeld van minister Heinen die voor de begroting “veertig kopjes koffie” wil drinken, illustreren de huidige werkwijze: per voorstel op zoek naar wisselende meerderheden. Dat levert wel flexibiliteit op, maar ook het risico dat besluiten die één week genomen worden de volgende weer worden teruggedraaid zodra een andere meerderheid opduikt.

Smit wijst op concrete schade van die onzekere aanpak, bijvoorbeeld rond de financiering van UNRWA, en stelt dat vertrouwen tussen partijen cruciaal is: afspraken moeten langere tijd overeind blijven om samenwerking mogelijk te maken. Daarom pleit hij voor thematische, meerjarige beleidsakkoorden naar Deens voorbeeld. In Denemarken sluiten partijen voor deelterreinen (zoals defensie of stikstof) overeenkomsten met een looptijd van meerdere jaren; deelnemende partijen moeten zich daaraan houden en kunnen wijzigingen alleen gezamenlijk doorvoeren. Dat geeft oppositiefracties feitelijk een vetorecht en de garantie dat constructieve deelname beloond wordt.

Voorwaarde is wel dat oppositiefracties bereid zijn formele, bindende afspraken te maken — iets wat volgens Smit nu vaak ontbreekt: veelal blijft het bij uitwisseling van standpunten en moties in reactie op kabinetsvoorstellen, in plaats van echte onderhandelingen. Wil het minderheidskabinet succesvol zijn, dan moet het eerst het gesprek aangaan over de spelregels van samenwerking — en ja, dat mag best beginnen met een kopje koffie.