Ook nachtclub Tillatec weer terug op Instagram, door Meta beticht van 'mensenhandel' wegens bericht over fundraiser
In dit artikel:
Nachtclub Tillatec en het feest Striptopia zijn opnieuw zichtbaar op Meta-platforms, na dat eerdere deze week meerdere Amsterdamse queeraccounts waren verdwenen. Tillatec-eigenaar Samuel King kreeg als enige een motivering: een zes maanden oude inzamelingspost uit oktober voor de mastectomie van een vriend zou door Meta’s technologie zijn aangemerkt als mogelijk gerelateerd aan “mensenhandel” of “uitbuiting”, waarna een medewerker het account blokkeerde. Tijdens die fundraiser werd ongeveer 8.000 euro opgehaald; King zegt dat het bericht bedoeld was om een vriend te steunen en dat dit soort persoonlijke acties zwaar kunnen wegen voor betrokkenen.
Andere organisaties waarvan accounts terugkeerden — Club Church, The Queer Agenda en Sauna Nieuwezijds — kregen geen toelichting. Tegelijk werd Butt Magazine, een Amsterdams homoblad met circa 147.000 volgers, definitief van het platform gehaald en verdwenen ook accounts van onder meer de neurodivergente kunstenaar Bruin Parry. Screenshots van de uitleg aan King zijn gedeeld met Het Parool; verder reageerde Meta niet op vragen van de krant. Een eerder woordvoerder zei wel dat er onderzoek gaande is en dat systemen niet perfect zijn.
De gebeurtenissen hebben geleid tot onrust en wantrouwen binnen de queergemeenschap. Caspar Pisters van Club Church zegt blij te zijn terug te zijn, maar: “Er hangt nu een zwaard boven ons hoofd,” en hij waarschuwt dat de relatie met Meta niet veilig aanvoelt. Organisaties overwegen juridische en politieke stappen en zoeken naar alternatieve platforms (zoals Mastodon of Pixelfeed), maar merken dat die qua bereik en ticketverkoop niet hetzelfde effect hebben: “Je beseft pas als je zo’n platform als Instagram kwijtraakt, hoe belangrijk het is om je gemeenschap te bereiken,” aldus King.
Volgens ngo Repro Uncensored werden de afgelopen vijf weken ongeveer tachtig accounts in Europa, vooral in Nederland en Duitsland, offline gehaald — vaak queeraccounts, accounts van sekswerkers en accounts over seksuele gezondheid. De zaak benadrukt de risico’s van geautomatiseerde moderatie en de kwetsbaarheid van marginale gemeenschappen die sterk afhankelijk zijn van commerciële sociale netwerken.