Ook het Witte Huis zelf zit onder de katten
In dit artikel:
Hilbert Fictorie, bijnaam “Hippe”, een inwoner van het fictief-landsche Clodsmountain (Kloetenbarg) in Zuidwest-Drenthe, stuurde onlangs een ludieke, dialectrijke brief aan president Donald J. Trump. In die brief verzocht hij de Amerikaanse president met humoristische overdrijving om een bommenwerper te sturen en zijn huiskat Herman met precisieraketten uit te schakelen omdat het dier volgens hem voortdurend spullen inpikt en zijn vrouw Griet tot wanhoop drijft. De tekst speelt op satirische wijze met internationale militaire retoriek — Hippe suggereert zelfs dat zo’n actie Trump wereldwijde roem (en een Nobelprijs) zou kunnen opleveren.
Kort daarna zegt Hippe dat hij een telefoontje kreeg van een woordvoerder van het Witte Huis. Volgens hem reageerde Trump emotioneel op de brief en zou ook de Amerikaanse president een hekel aan katten hebben, maar hij kon geen raketten missen: zijn prioriteit ligt bij het aanpakken van Iran en drugssmokkelaars, en pas daarna zou men zich “achter de katten” kunnen zetten. In het lokale praatcafé bij patatbakker Jan Eulie wekte Hippe’s verhaal zowel verbazing als scepsis; Eulie vroeg zich hardop af hoe Hippe aan zoveel aandacht van het Witte Huis kwam. Hippe verklaarde dat er verwarring optrad doordat zijn vrouw eerder op de dag met de telefoon bezig was, waardoor de situatie onbedoeld uit de hand liep.
De reportage gebruikt veel streektaal en ironie om een contrast te schetsen tussen dorpspraat en wereldpolitiek. De schrijver vermeldt uiteindelijk dat hij heeft geprobeerd de beweringen te verifiëren, maar dat de betrokkenen niet meer wilden reageren. Het stuk leest als satire: het combineert een lokaal anekdotisch verhaal met een parodie op diplomatieke communicatie en de mediabezweringen rond bekende politieke figuren.