Ook het kabinet-Jetten kiest voor de rijken. Geheel in de geest van de VVD

dinsdag, 8 september 2026 (09:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Het artikel is een kritische analyse van het regeerakkoord van het kabinet-Jetten, dat D66 en CDA met de VVD hebben gesloten. Volgens de auteur versterkt dit akkoord eerder de neoliberale politiek dan de beloofde gemeenschapszin: uitkeringsgerechtigden en mensen met een lager inkomen dragen de zwaarste lasten, terwijl vermogenden relatief worden ontzien.

Uitgelekte onderdelen van de Miljoenennota veranderen dat beeld volgens de auteur nauwelijks. De verhoging van het eigen risico en bezuinigingen op werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden mogelijk een jaar uitgesteld om tijd te winnen voor een sociaal akkoord met werkgevers en werknemers, maar niet geschrapt. Vakbonden FNV en CNV zien daarom voorlopig geen reden om met het kabinet te onderhandelen. Tegelijkertijd pakt het uitstel van de hervorming van box 3 gunstig uit voor mensen met veel vermogen. Economen Jaap van Duijn en Marike Stellinga worden aangehaald als deskundigen die menen dat de rijkste groepen opnieuw voordeel behalen.

De auteur plaatst dit beleid in een bredere ontwikkeling die hij aanduidt als hyperkapitalisme of neoliberalisme. Vermogens, bedrijfswinsten en erfenissen zouden volgens die visie steeds minder worden belast, terwijl sociale zekerheid vooral als kostenpost wordt beschouwd. Dat leidt volgens het artikel tot een groeiende kloof in levenskansen: rijke mensen kunnen wonen, zorg, onderwijs en kinderopvang gemakkelijker betalen, terwijl mensen met minder geld daar dagelijks problemen mee ervaren. De gevolgen zouden bestaan uit minder solidariteit, meer vervreemding en een scherpere tegenstelling tussen ‘winnaars’ en ‘verliezers’.

Ook op andere terreinen ziet de auteur een afname van solidariteit. Ontwikkelingssamenwerking wordt volgens hem steeds meer beoordeeld op Nederlands economisch nut, en de rechten van asielzoekers worden ingeperkt. De VVD krijgt hiervoor een groot deel van de verantwoordelijkheid, omdat zij de markt boven de overheid zou plaatsen, de overheid fundamenteel wil verkleinen en terughoudend blijft over de spreidingswet. Het kabinet zegt wel te willen toewerken naar de OESO-norm van 0,7 procent van het nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking, maar volgens een berekening van hoogleraar Dirk-Jan Koch zou het voorgestelde tempo betekenen dat die norm pas rond 2078 wordt bereikt. De extra 1,1 miljard euro voor internationale hulp in de komende drie jaar is bovendien tijdelijk.

Daarmee wijkt het regeerakkoord volgens de auteur sterk af van eerdere beloften van CDA en D66. In een gezamenlijk voorakkoord pleitten beide partijen voor een eerlijkere lastenverdeling, hogere belastingen op vermogen, meer ontwikkelingshulp en versterking van saamhorigheid. In het uiteindelijke akkoord bleef daarvan weinig over, afgezien van een gemeenschapsfonds van jaarlijks 50 miljoen euro voor onder meer buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels. Dat fonds wordt in het artikel afgeschilderd als onvoldoende compensatie voor de grotere maatschappelijke ongelijkheid.

De auteur vraagt zich af waarom CDA-leider Henri Bontenbal en D66-leider Rob Jetten hun sociale uitgangspunten tijdens de formatie zo gemakkelijk aan de VVD hebben aangepast. Als verklaringen noemt hij de ambitie van D66 om voor het eerst de premier te leveren en de wens van het CDA om snel een verantwoordelijke bestuurspartij te lijken. Vooral Bontenbal zou volgens de analyse politiek te weinig onderhandelingsmacht hebben opgebouwd. Zijn voorkeur voor samenwerking met de VVD boven de combinatie met GroenLinks-PvdA, mede vanwege het ondernemingsklimaat, gaf de VVD een sterke uitgangspositie.

Volgens het artikel profiteerde VVD-leider Dilan Yeşilgöz daarvan. Omdat CDA en D66 de samenwerking met GroenLinks-PvdA uitsloten, kon de VVD haar eisen aanscherpen. Het resultaat zou daardoor sterk op een VVD-programma lijken. De auteur wijst ook op de gezamenlijke beslissing van VVD, CDA en D66 om hogere bonussen in de financiële sector toe te staan, met een beroep op het vestigingsklimaat. Dat ziet hij als bewijs dat economische motieven zwaarder wegen dan de christelijk-sociale en sociaal-liberale uitgangspunten van CDA en D66.

De minderheidscoalitie blijft volgens de auteur bovendien kwetsbaar. Zonder vaste afspraken met oppositiepartijen moeten de coalitiepartners voortdurend kiezen tussen steun van rechts of van links. Samenwerking met JA21 of nog rechtsere partijen ligt voor VVD mogelijk voor de hand, maar zou voor CDA en D66 moeilijk te verenigen zijn met hun eigen profiel. Tegelijkertijd is steun van GroenLinks-PvdA in de Eerste Kamer nodig, terwijl de VVD daar weinig voor voelt. De conclusie van het artikel is dat de sociale koers van kabinet-Jetten zowel binnen de coalitie als in de samenleving voor blijvende spanning zorgt en daarmee volgens de auteur juist radicaal- en extreemrechts kan versterken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn: ‘Het is niet te verantwoorden dat Feyenoord zoveel geld laat liggen!’