Ook CPB vindt het te vroeg voor noodsteun om hoge olie- en gasprijzen
In dit artikel:
Het Centraal Planbureau (CPB) waarschuwt dat het nog te vroeg is voor ingrijpende steunmaatregelen tegen hogere energie- en brandstofprijzen, ondanks dat automobilisten en huishoudens met flexibele contracten de gevolgen nu al merken. CPB-directeur Pieter Hasekamp roept op tot kalmte: "We moeten niet te snel in de paniekstand schieten", en vindt dat beleid pas moet volgen als de echte effecten duidelijker zijn. Ook het kabinet ziet voorlopig geen aanleiding om in te grijpen.
In een nieuwe raming berekent het CPB meerdere scenario's. Blijven olie- en gasprijzen op het huidige, door de oorlog in het Midden-Oosten opgestuwde niveau, dan zou de inflatie in Nederland dit jaar ongeveer 0,6 procentpunt hoger uitkomen — wat inflatie op circa 2,9% zou betekenen in plaats van de eerder verwachte 2,3%. Als de situatie verergert en productie verder wegvalt (met bijvoorbeeld gas rond €100/MWh en olie rond $120/vat), kan de inflatie oplopen tot ongeveer 3,9% (+1,6 procentpunt). Ter vergelijking: tijdens de energiecrisis van 2022 piekte de inflatie richting 10%.
De onrust in het Midden-Oosten — onder meer Iraanse raketaanvallen en de blokkade van de Straat van Hormuz — heeft de olie- en gasstroom sterk verstoord. Als tegenreactie hebben Nederland en 31 andere landen een recordhoeveelheid olie uit strategische reserves vrijgegeven, maar het is onzeker of dat de prijzen substantieel terugdringt. Voor het CPB speelt daarnaast mee dat de situatie dagelijks verandert, waardoor voorspellingen voorlopig wankel zijn.
Commerciële en huishoudelijke gevolgen variëren: wie vaak autorijdt, een flexibel energiecontract heeft of in een slecht geïsoleerd huis woont, voelt de pijn het meest. Hasekamp wijst erop dat het verlagen van accijnzen op brandstof nu niet de beste remedie is en dat beleid zich vooral zou moeten richten op de meest kwetsbaren — zoals geleerd na de Russische inval in Oekraïne.
Toch ziet het CPB ook redenen voor voorzichtig optimisme: voor het conflict was er sprake van overaanbod waardoor prijzen relatief laag waren, dus herstel van het aanbod is mogelijk. Hasekamp reflecteert dat dit de vierde grote internationale schok is tijdens zijn CPB-directeurschap (corona, Oekraïne, Amerikaanse handelstarieven, nu dit), en dat eerdere inschattingen niet altijd precies uitpakten. Conclusie: monitoren, prioriteit geven aan de kwetsbaren en alleen gericht ingrijpen zodra de situatie helder is.