Ook bevers zijn een gevaar voor de dijken. Bij Zwolle stopten ze zenders in de staarten. 'Hoor je het piepje? Dat is bever 7'
In dit artikel:
Voor dijkbeheerder Wijnand Evers van waterschap Drents Overijsselse Delta is de bever uitgegroeid tot een belangrijke zorg. Het beschermde dier graaft steeds vaker holen in en rond rivierdijken langs de IJssel, waardoor water in de dijk kan doordringen en de kans op verzwakking of een doorbraak toeneemt. Sinds eind 2016 in het gebied het eerste beverhol werd ontdekt, controleren dijkbeheerders niet alleen de landzijde, maar ook de rivierkant intensief op graafschade.
Die inspecties zijn lastig, omdat bevers hun ingangen vaak onder de waterlijn maken. Evers gaat daarom soms aangelijnd en in een duikpak het koude water in om met zijn voeten te voelen of er gaten in de dijk zitten. Samen met muskusrattenvanger Jasper Haije zoekt hij bovendien naar nieuwe holen. Vooral bij wisselende waterstanden graven bevers verder of zoeken ze een nieuwe plek, juist wanneer de dijk door hoge waterdruk al verzadigd kan zijn.
Hoe groot het risico is, bleek in december 2018 bij Wijhe. Daar vonden dijkbewakers een hol met een gang van ruim tien meter en een zijgang van vijf meter. De gangen zijn volledig uitgegraven en gevuld met zand en klei, omdat achtergebleven holle ruimtes water in de dijk konden leiden. Als de zandkern zou uitspoelen, kon de stabiliteit van de dijk in gevaar komen.
Evers en Haije hebben hun aanpak grotendeels zelf ontwikkeld. Met een flexibele schoorsteenveegset en een lawinepieper kunnen ze gangen tot ongeveer 3,5 meter onder de grond volgen. Daarna gebruiken ze een grondboor en een telefoon met camera om verder in het hol te kijken. Door lage rivierstanden in de zomer zijn verborgen gangen beter op te sporen. Dat blijft specialistisch werk: ingangen zitten vaak onder struiken of zijn bedekt met takken. Modderhoopjes, geur en sporen kunnen aanwijzingen geven, maar zekerheid is er pas na onderzoek.
De beverpopulatie in Nederland groeit snel. Nadat de soort in 1826 uit Nederland was verdwenen, werden vanaf 1988 opnieuw bevers uitgezet, onder meer in de Biesbosch. Vanuit die populaties verspreidden ze zich langs rivieren en natuurgebieden. In het werkgebied van het waterschap leven inmiddels naar schatting meer dan vierhonderd dieren; landelijk zijn het er meer dan zevenduizend, al ontbreekt een exacte telling. Volgens waarnemingen van de Zoogdiervereniging groeit de populatie rond de IJssel jaarlijks met ongeveer 25 procent.
Door de toenemende populatiedruk vestigen bevers zich ook op minder geschikte plaatsen, bijvoorbeeld aan de landzijde van dijken. Daar kunnen ze in conflict komen met landbouw, bebouwing en waterbeheer. In Zwolle worden ze zelfs geregeld in de stadsgrachten gezien. Zuid-Limburg geldt voor de dijkbeheerders als waarschuwing: daar leven veel meer bevers dan het landschap volgens het waterschap kan dragen. In 2023 en 2024 werden er 170 gedood nadat andere maatregelen onvoldoende uitkomst boden.
Rond de IJssel probeert het waterschap zulke ingrepen voorlopig te voorkomen. Mogelijke maatregelen zijn het verplaatsen van dieren, het plaatsen van damwanden of bevergaas, het verwijderen van bomen en struiken en het minder steil maken van oevers. Om beter te begrijpen waar de dieren zich ophouden, kregen negen bevers bij Zwolle een radiozender. Enkele dieren dragen ook gps-zenders, waarmee hun bewegingen boven water nauwkeurig kunnen worden gevolgd.
Die metingen laten zien welke plekken bevers intensief gebruiken en helpen voorspellen welke dijktrajecten kwetsbaar zijn. In de uiterwaarden bouwen de dieren grote burchten, graven ze greppels en vellen ze bomen. Evers en Haije zien daardoor zowel de ecologische waarde als het risico van de soort. Evers noemt de bever zelfs een collega-waterbeheerder, al zouden duidelijke afspraken over waar het dier wel en niet mag graven de voorkeur hebben.
De Oranjezomer: Wanneer maakt Bas Nijhuis zijn rentree als scheidsrechter?